Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, sahib, zoover ik weet niet; maar zij wilden het toch beproeven.

Dus dien kant zijn zij opgegaan?

— Ja, sahib.

— Ik geloof dat wij ze hebben, zeide de officier. De onder-officier knikte.

Ik denk het ook, mijnheer.

— Hier, zeide de officier, Amoedoe een paar ropijen gevend. Ik dank je voor je inlichtingen.

En terwijl Amoedoe groette en dankte, mar< heelden de roodrokken reeds verder.

Amoedoe keek ze na, tot zij voor zijn gezicht verdwenen waren en hij niets meer hoorde, en snelde toen naar liet bosehje.

^ erbaasd keek hij op.

Want daar stonden zij allen met het geweer in de hand, klaar om te schieten.

Ha, zei Amoedoe lachend, de saliibs zijn wakker geworden ?

— Ja, zei Nalla, Ramassy ontwaakte toen de officier je aanriep; hij zag welk gevaar ons bedreigde en wekte ons in stilte. Wij zijn er dus getuige van geweest, hoe handig gij hen om den tuin hebt geleid.

— Waarvoor wij je hartelijk danken, zei Witsen i hem de hand toestekend.

Allen drukten Amoedoe de hand.

— En nu snel opweg, zei Nalla, wij moeten een voorsprong hebben, want deze patrouille zal terugkeeren zoodra zij ziet, dat er nergens een overtocht is te wagen.

Sluiten