Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

visschen, bespeurde zelfs in het donker alles en liep op zijn bloote voeten zoo voorzichtig en onhoorbaar als een kat. En de oogen van hen, die achter hem kwamen, waren ook aan het kijken in den donker gewend.

Zoo bespeurden zij dan ook reeds van verre een donkere figuur, midden op den weg, en hielden, zooals was afgesproken, halt.

— Het is een schildwacht, zei Prinsloo, ik zie de bajonet van zijn geweer schitteren.

Zij hurkten neer oni te minder zichtbaar te zijn, toen Amoedoe onhoorbaar terugkwam, op handen en voeten voortgaande.

— Er is een post, zeide hij.

— Hoeveel man?

— Dat weet ik niet. Ik heb alleen de schildwacht gezien; de anderen zullen ter zijde van den weg liggen.

— Dan moeten we weten, hoeveel er zijn en waar.

— Dat zal ik wel doen, zei Coetzee.

Hij wierp zijn geweer naar achteren en kroop plat langs den grond voort, de zijde van den weg houdend om niet veel kans te geven te worden gezien. Hij kwam hoe langer hoe nader, maar de schildwacht verroerde zich niet.

— Dat is vreemd, dacht Coetzee en sloop nog nader.

Toen hoorde hij opeens snorken, de schildwacht sliep; met den arm op zijn geweer geleund, het hoofd een weinig voorover, sliep hij.

Sluiten