Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opeens klonk vlak voor hen een stem, die hen deed verbleeken van schrik.

— Werda!

Dat riep een schildwacht, maar een andere stem vroeg terstond ongeduldig:

— \\ ie is daar? De aflossing? Ben jij 't, sergeant Knox?

Allen stonden als versteend en begrepen onmiddellijk, dat zij door den nevel midden in de Engelsche legerplaats verzeild waren geraakt. Alleen \\ itsen behield zijne tegenwoordigheid van geest.

— .la, mijnheer, antwoordde hij.

— Blijf dan maar waar je bent, want je loopt gevaar den nek te breken! klonk dezelfde stem. Niets gepasseerd van nacht?

— Niets mijnheer, zei Witsen.

— Ga dan maar liggen, kerels; je moet daar vlak bij de tent van de opgetrokken wacht zijn. /ie je hem? Links van je staat hij.

— Ja, mijnheer, ik zie hem.

— Ingerukt dan!

Witsen gaf een slag tegen zijn geweer dat het kletterde en fluisterde toen:

— Zie of je links uit weg kunt komen.

— Ja, fluisterde Prinsloo terug.

hen oogenblik, zoolang dat korte gesprek duurde, had hun bloed stil gestaan; nu haalden zij weder adem.

Amoedoe en Prinsloo luisterden goed naar de stemmen, die zij nu en dan vernamen en gingen

Sluiten