Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, naar een boom, waarbij Nanni nu een man zag liggen. Aarzelend ging zij naar hem toe.

„Zoo, Hec! heb je iemand bij me gehaald; dat is goed oude jongen;" zeide hij. „Ik geloof dat ik een vlerk gebroken heb, juffie," vervolgde de man op zijn been wijzende.

„Hoe akelig," riep Nanni uit; „en moet je nu hier maar blijven liggen?"

„Als 't kan, liefst niet," antwoordde de man, terwijl hij een pijnlijk gezicht trok. „Ik zou wel graag naar het dorp toe willen."

„Maar hoe kun je daar komen?" vroeg Nanni. „Je kunt immers niet loopen!"

„Neen, loopen kan ik niet, maar ze zullen mij wel willen komen halen, als ze op 't dorp maar weten, dat ik hier lig," antwoordde de man.

„Zoo? Nu dan zal ik iemand gaan halen," zeide Nanni. „Naar wien zal ik gaan?"

„ 't Is waar, iedereen is op het land aan het werk," hernam de man teleurgesteld; „dan zou't je niet helpen of je naar het dorp gingt. Maar blijf wat bij mij, ik lig hier al zoo lang moederziel alleen."

„Maar hoe komt het, dat je je zoo bezeerd hebt?" vroeg Nanni, terwijl zij op het zachte mos ging zitten.

Sluiten