Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paul nam deze uitnoodiging van zijn vriendinnetje wat graag aan, want het gebeurde maar zelden dat hij goed warm eten kreeg.

Een paar dagen gingen voorbij; Paul ging met Cesar op straat en de menschen hadden waarlijk veel plezier in de aardige kunstjes, die het aapje vertoonde; Paul was daardoor recht in zijn schik en ging op een middag vroolijk met Lena er op uit.

Zij liepen hand aan hand nog een heelen tijd rond, maar zij werden er niet wijzer door, want hoe oplettend ze ook rondkeken, zij zagen nergens den naam van Pauls oom staan. Lena werd eindelijk moede en kon bijna niet meer voortkomen, zoodat Paul haar mee moest trekken.

„Zeg eens, Paul, laten wij hier even op deze stoep gaan uitrusten,"' zeide zij. „'t Is hier zoo'n mooi huis, en we kunnen juist naar binnen kijken, want het gaslicht is op; — als ze de gordijnen maar niet nederlaten!"

„Wat een mooie kamer!" riep Paul opgetogen uit. „Kijk eens, Lena, wat een lief meisje daar staat aan de tafel."

„Wat krult heur haar mooi," zeide Lena bewonderend; „'t mijne gaat er altijd zoo gauw uit."

Sluiten