Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik niet, ma; maar die jongen zit er op," fluisterde Lina.

„Welke jongen?" vroeg mevrouw Doornhof, die begreep dat er iets ergs gebeurd was.

„Met den aap," zeide Lina.

„Hoe komt die op de vliering?" vroeg mevrouw. „Hij wilde toch niet stelen!"

„O, neen, ma," riep Lina. „Wij, Tom en ik, hebben er hem opgesloten."

„Waarom dan toch? En wanneer? Daar straks?"

„Neen, ma, eergisterenavond," zeide Lina doodelijk benauwd, „toen hij Lena op kwam zoeken."

„Lina, moet ik dat gelooven !" riep mevrouw Doornhof buiten zichzelf van schrik uit. „Heeft dat kind daar al dien tijd gezeten, terwijl vrouw Wenzel dacht, dat hij misschien verdronken was! Ondeugend, meer dan ondeugend meisje! En jij, Tom, ga heen en kom in de eerste veertien dagen hier niet aan huis! Ik zal er met je mama over spreken!"

Tom droop af, en mevrouw snelde de kamer uit, naar boven, totdat zij voor de deur stond, die de vliering afsloot en haastig den sleutel om wilde draaien. Geen sleutel was er te vinden, hoe zij ook zocht; en Lina, die haar stil was

Sluiten