Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.. "IV I '

,

's morgens vroeg tot 's avonds Iaat kolen dragen. Bob moet helpen en als de ezel er is, dan behoeft hij niet meer te trekken en kan eerl-lui leventje leiden. Ach, Bessy, zoo'n ezel! Bedenk eens hoe weinig hij aan onderhoud kost! Eigenlijk niets, — want op de heide vindt nij voer in overvloed zoolang het zomer is, en tegen den winter doen wij voorraad op. Hoor eens, Bessy, een ezel moet ik hebben, hoe het ook loopt. Maar daar zijn wij er — halt, Bob! Je hebt de helft van het dagwerk verricht, dus heb je je eten verdiend. Ik zal je uitspannen, dan gaan wij zelf eten!"

Zoodra Bob los was, sprong hij vroolijk in het rond en blafte, dat het over de heide weergalmde. Daarna at hij met smaak zijn portie op en ging eindelijk in een koel hoekje liggen slapen.

„Laat hem liggen, Bessy," zeide James, ,,'t Is vandaag geducht warm en het arme dier zal moe zijn. Laten wij nog eens naar het park gaan en naar de herten kijken."

Zij gingen, genoten eenige oogenblikken in den aanblik dezer fraaie dieren en keerden eindelijk naar de zandgroeve terug. Juist toen zij weggingen, zagen zij de mooi gekleede kinderen uit het kasteel komen, zij letten er echter niet op, maar liepen snel weg, daar het hoog tijd was aan het werk te gaan. De kar werd geladen en de reis aangevangen.

Nog driemaal werd de tocht gemaakt, zonder dat er iets bijzonders voorviel. Alleen verwonderde het James, dat Bob telkens zoo onrustig werd, als bij bij de groeve

D» ZAMDÜROKVK 2

Sluiten