Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een flink vuur en broeder en zuster gingen, met een fakkel gewapend, voorzichtig maar vastberaden de gangen in. Bob snelde vooruit en daar het verstandige dier wel begreep, dat zijn blaffen begrepen was, zweeg hij, en nu hoorden James en Bessy hoe langer hoe duidelijker het hulpgeschrei, dat door de verschillende gangen weerklonk. Moedig drongen zij voorwaarts. Bob diende hun tot wegwijzer en de medegenomen fakkels verlichtten helder hun weg, waarop zij aan menigerlei gevaren waren blootgesteld. Na verloop van tien minuten klonk het hulpgeschrei van zeer nabij uit een zijgang — James en Bessy gingen er in en waren, nadat zij twintig schreden ongeveer gedaan hadden, aan den rand van een kuil. Zij keken er in, hielden hun fakkels dichtbij en een luide vreugdekreet uit de diepte begroette hun verschijning. Beneden zagen zij ongeveer tien voet diep twee gestalten, die bij het zwakke schemerlicht slechts moeilijk te herkennen waren.

„Holla!" riep James — „wie ben jelui en hoe ben je daar in 's Hemels naam gekomen?"

„Vraag niet, maar help ons!" riep een jeugdige stem terug. „Mijn zuster en ik zijn sedert gistermiddag in dezen kuil en al ons hulpgeroep was tevergeefs. Ik bid u, help ons snel. Mijn arme Lucy kan het bijna niet meer uithouden van honger en dorst!"

„Daarvoor kunnen wij je aanstonds helpen," antwoordde James, die gelukkigerwijze zijn brood en een flesch water in zijn zak had. „Opgepast — hier is eten

Sluiten