Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en water ook! Vang de flesch, opdat zij niet breekt."

„Dank!" riep de jongen terug. „Hier, Lucy, verkwik je eens. Ziezoo, dat knapt je heelemaal op! Maar hoe komen wij nu uit dat ellendige gat? Kunt jullie ons helpen?"

„Niet zonder ladders en touwen," antwoordde James. „Maar heb een oogenblik geduld — ik zal over het parkhek klimmen en in het kasteel om hulp vragen. Ze zullen het mij wel niet kwalijk nemen, daar het geldt hulp te brengen."

„Ik sta voor alles in!" riep de jongen uit. „Vraag maar naar Lambert den hofmeester. Zeg hem, dat Edgar en Lucy Windenneer in de zandgroeve zijn, en hij zal je aanstonds helpen. Gauw, beste jongen! En je zult ons niet in den steek laten, maar gauw helpen?"

„Zoo gauw als ik kan!" antwoordde James. „Een oogenblik geduld maar — wij zijn aanstonds terug."

Hij verliet met Bessy de groeve, snelde naar het park, klom over het hek en snelde naar het kasteel, waar de grootste verwarring heerschte. Zonder naar de bedienden te gaan, vroeg hij naar den heer Lambert en werd aanstonds bij een deftig uitziend heer ge^ bracht, die al even verward was als de rest.

„Wat wil je, beste jongen?" vroeg hij verstrooid. „Ik heb weinig tijd — goede Hemel, waar zouden die kinderen toch zijn?"

„Als gij Edgar en Lucy Windenneer meent — die zijn ginds in de groeve," antwoordde James, hoewel de woorden niet tot hem gericht waren. ,,Ik kom bij hen

Sluiten