Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den baas over hen kan spelen," hernam Bessy. „Lucy heeft mij alles verteld. Hun vader wilde niet, dat hij hun voogd zou zijn, daar zij in ongenoegen geleefd hebben, maar daar deze plotseling gestorven is en dus geen testament kon maken, is graaf Ludlow door het gerecht als hun naaste bloedverwant tot voogd benoemd. En Lucy zegt, hij haat hen beiden, omdat, als zij er niet waren, bij de goederen van hun vader geërfd zou hebben, en zij is altijd bang, dat graaf Ludlow haar en Edgar nog eens erg veel kwaad zal doen. Kortom, zij is even bang voor hem als ik, en Edgar, dal geloof ik zeker, vreest hem ook!"

„Dat is toch raar," zeide James nadenkend. ,,Bloedverwanten moeten veel van elkander houden, in plaats elkaar te haten of te vreezen. Maar zie eens, Bessy, wie komt daar aan? Is dat soms graaf Ludlow?"

Bessy keerde angstig haar hoofd om en schrikte hevig, toen zij dicht achter zich graaf Ludlow bemerkte, die onder hun gesprek onbemerkt naderbij was gekomen en nu stilstaande, haar en haar broeder met sombere blikken aanzag.

„Wie is die jongen, jongejuffrouw?" vroeg hij na een korte pauze aan het bevende meisje. „Wat moet die dagdief aan het parkhek doen?"

Het scheldwoord maakte Bessy boos, en eensklaps wierp zij al den angst van zich, dien de boosaardige, wantrouwende blik van den graaf in haar opgewekt had. „Die jongen is mijn broeder James," zeide zij. „En hij is volstrekt geen dagdief, maar een vlijtige,

Sluiten