Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedachten over. Zelfs Bessy, die tot dusverre de moedigste en opgewektste was geweest, verloor van dag tot dag haar vroolijkheid. Haar heldere oogen werden droevig, haar roode wangen verbleekten langzamerhand en het lachje, dat vroeger om haar lippen had gespeeld, verdween meer en meer.

Er waren verscheidene weken verloopen en nog wisten de gevangenen den naam niet van het kasteel, waarin zij opgesloten waren. Niemand sprak met hen, niemand beantwoordde hun vragen. De lieden, die hun tafel dekten en de schalen weghaalden, deden stilzwijgend deze bezigheid en schenen niet eens de woorden te verstaan, welke de gevangenen tot hen richtten. Zwijgend kwamen zij naar binnen — zwijgend verwijderden zij zich — een stom hoofdschudden was het eenige antwoord op al de toespraken der kinderen.

„Spreek jij hen toch aan, Bessy," zeide Edgar menig maal — „die menschen verstaan geen Engelsch, spreek jij ze in het Iersch aan!"

Bessy weigerde steeds dit te doen. „Dat zou ons laatste hulpmiddel nutteloos prijsgeven," gaf zij ten antwoord. „Geduld maar, eens zal het ons wel te pas komen!"

En Bessy bedroog zich niet. Onverwacht kwam op een morgen de man, die hen van het schip gehaald had, in hun gevangenis, die de eenige op het kasteel scheen te wezen, die Engelsch verstond, en vroeg hun, of zij lust hadden om een wandeling op de binnenplaats te doen?

„Zeker!" zeide Edgar haastig. „Maar waarom in die

Sluiten