Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,.Ltat zou ik wel willen," antwoordde deze, maar dal gaat niet, er wordt niemand binnengelaten!"

,,0, ze zullen je wel binnenlaten, als ik er met mijn vader over gesproken heb," zeide Tom met zelfvertrouwen. ,.Mijn vader houdt veel van mij en slaat nooit een verzoek van mij af. Dan vangen wij vogels en zetten die boven in een kooi!"

..Heb je dan een kooi?" vroeg James, die de toegenegenheid van den knaap hoopte te winnen. „Als je er geen hebt, zal ik er een timmeren, waarin wel twintig vogels kunnen!"

„Dat zou heerlijk zijn!" riep Tom gelukkig uit. „Ja, doe dat, beste jongen. En morgen kom ik weer naar de strikken zien. Misschien zijn er dan wel levende vogels in!"

„Dat kan wel wezen, want ik heb er de strikken naar ingericht," antwoordde James. „Kom dan maar en ik zal maken, dat de kooi morgenmiddag klaar is."

Zij namen hartelijk afscheid en Tom keerde naar het kasteel terug, terwijl James in het boschje achterbleef, ten einde buigzame rieten af te snijden, om er de beloofde kooi van te maken. Eerst toen hij er genoeg van bij elkander had, ging hij naar de woning van vrouw Mac-Bally en bracht den avond in nadenken verzonken door. Na de zaak van alle kanten bekeken te hebben, besloot hij bedaard de dingen hun gang te laten gaan en geen poging in het werk te stellen, om Tom te overreden hem op het kasteel te brengen. Hij wilde zich ook van alle vragen onthouden, daar

Sluiten