Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bach, zich snel voegend in zijn eigenaardigen toestand en dien van den humoristischen kant beschouwend: „op zulke allerliefste grillen was ik niet voorbereid, en ofschoon ik mij nu onbarmhartig door u moet laten uitlachen, betreur ik toch geen oogenblik deze kleine mystificatie, die ons het genoegen verschaft eerder kennis met u te maken, dan we verwacht hadden! Veroorloof mij, dat ik u mijn vriend den luitenant Von Hattenheim voorstel;" en met een nog diepere buiging voegde hij er langzaam bij: Ik heb het voorrecht uw buurman, graaf Lehrbach, te zijn!"

Josephine had zich opgericht en stond tegenover de beide jonge mannen. <Jj hield Barbels zak nog steeds verbergend over den rok geslagen, het blonde haar, waar de hooihalmen in waren blijven steken, hing in half losse vlechten golvend over haar rug en de wilgentak in haar hand volmaakte den orgineelen indruk van haar verschijning, die nu al het verzuimde door een diep buigen weder trachtte goed te maken Voor den eerste maal trof haar oog Hattenheim, die snel en linksch boog; ze wierp echter slechts een vluchtigen, onverschilligen blik op hem; — weer lachte ze vriendelijk,'en zich tot Lehrbach wendend, klonk het half juichend: „Bent u onze buurman? Woont u nu op Lehrbach? Dat is heerlijk! Het was dikwijls zoo stil en eenzaam bij ons, — al de goederen in den omtrek waren verpacht, - het kwam mij vaak erg vervelend voor, ofschoon ik het niet anders gewend ben! Maar nu zal het wel beter worden U komt dikwijls bij ons, niet waar?" Onbevangen stak ze hem haar hand toe, die Günther in de zijne sloot; zijn blik viel op de bruine slecht gesoigneerde kleine vingers, die dubbel afstaken tegen het parelgrijs van zijn handschoen. Een spottend lachje plooide zijn lippen.

„Zoo gauw en zoo dikwijls u het ons toestaat," was het galante antwoord. „En zult ge niet vergeten, dat gij de heideroos, en door mij, den „wilden knaap," aan den weg gevonden zijt!"

„Ik wist wel, dat mijn klaverblad geluk zou brengen," riep

Sluiten