Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

• ^'en stoffigen grond ! — Draai je eens om! — Daar heeft me die wildzang weer boven op den muur gezeten en alles gekreukeld; je ceintuur zit vol hooi! - Nu, het kan mij niet schelen hoe jij er uitziet, als die vreemde menschen komen; maar hun haar zal te berge rijzen, als ze zien hoe een jong meisje haar beste plunje toemaakt!"

Josephine schudde zich als een poedel. „Maar een paar halmen, die zijn blijven hangen!" riep ze vroolijk en wees minachtend op de verdroogde verraders. „Het heeft geen vlekken gegeven, tantetje!"

„Wat is er?"

„Gooi den sleutel van de provisiekamer eens naar beneden!" vleiden de roode lippen.

„Papperlapap, dat zou wel de wolf in de schaapskooi lijken ! Kom eens gauw boven, juffertje, en help mij de hoezen van de meubels nemen!''

„De hoezen .J Waar? vraagde freule Von Wetter met groote oogen.

„Wel, domoor, van de mooie kamer; daar moet ik de gasten toch ontvangen!" — en tante Renate s hoofd trok zich terug en liet de vrije baan aan het witte neteldoeksche gordijn, dat zich hoog opwapperend verheugde over zijn vrijheid.

Met gloeiende wangen stormde Josephine de trap op; de breede gang knarste van het fijn gestrooide witte zand, de deuren, die er op uitkwamen en die Josephine slechts geheimzinnig gesloten kende, stonden wagenwijd open en tante Renate verscheen juist in de voorste deur; ze had een grooten linnen boezelaar over het grijs zijden kleed gebonden, welks oeils de paon weemoedig terugblikten op een schooner, lang verdwenen mode; onder den arni hield ze een plumeau, in de eene hand een fraai porseleinen beeldje.

„Men kan zich geen voorstelling maken, wat dat voor stofnesten zijn ! klonk het brommend het jonge meisje in de ooren. „Jaar in, jaar uit houdt men de vensters dicht en toch ziet alles grijs van het stof. Goddank, dat de meubelen gedekt zijn geweest, anders konden we de motten ook nog

Sluiten