Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds van verre klonk een luid gejuich uit de pastorie den naderenden te gemoet, hetgeen ondubbelzinnig te kennen gaf, hoe welkom het bezoek was; een half dozijn blonde krullekopjes verdrongen zich aan de deur en wuifden hen welkom met kolossale boterhammen, dik bestreken met appelgelei, waarvan de sporen, als een Indiaansche tatoueering, de blozende gezichtjes bedekten

„Ma is ziek, ma is ziek!'' klonk het uit zes kelen, en verrukt over het interessante nieuws drongen ze zich om Josephine heen, en beijverden zich het in kleuren en geuren te vertellen.

„Is ma ziek?" vroeg freule Von Wetter verwonderd; zij liet zich vertellen, hoe de predikantsvrouw zich met rijstebrei koken den arm had verbrand, stond geduldig toe dat de kleine handen haar betastten om „de prachtige jurk te bewonderen" en verkondigde eindelijk het doel van haar komst.

„Mogen we de mooie kamers zien? Hoera! we mogen mee naar 't kasteel. Phine komt ons halen!" Als een wervelwind vlogen ze de steenen trap op, waar de oudste, de roode, ingezonde, stevige Gretchen verscheen, om met een verlegen nijging het bezoek te ontvangen.

„Hier vond ik schetsen, dikke, zooals zelfs de kleine Hoogheid zich niet voorstellen kan!" fluisterde Günther zijn stilzwijgenden vriend in het oor; die domineesfamilie verdient den hemel aan mij, als typen voor mijn schetsen Die kleine vlaskoppen in ongewasschen natuurstaat en de honderdvijftig pond zware Gretchen als de beste aanbeveling voor de gezonde buitenlucht! Nu nog de studeerende Friedel, dan is het volmaakt.'

Hattenheim lachte goedmoedig en zuchtte: „De menschen zijn hier gelukkig, en hoeveel reden we ook hebben ons over hen vroolijk te maken, geloof me, niemand van hen zou met ons willen ruilen!"

Lehrbach brak een jasmijntak van boven van het tuinhek af en snoof met volle teugen den heerlijken geur op: „Gode

Sluiten