Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen; maar een roekelooze waaghals ben je en blijf je, en als ik je oude heer was, zou ik eens een ernstig woordje met je gesproken hebben."

„En nu verder, heeren! Het mooiste van de heele historie komt nog!" riep Clodwig luid uit. „Dus een oogenblik stilte voor het telegram."

„Aha, juist, het telegram! Voor den dag er mee; wij branden van verlangen.''

„Hier, Lehrbach, lees zelf." De adjudant overhandigde den jongen officier het couvert en wendde zich naar de omstaande heeren.

„Het telegram was aan mij geadresseerd, heeren, en heeft me alweer het bewijs geleverd, wat een geluksvogel we toch in ons regiment hebben! Een der leden van de renclub te Berlijn vraagt mij, ingevolge het artikel in de sportbladen, informaties omtrent ros en ruiter, den naam en eventueele verkoopplannen van den laatste, en natuurlijk den prijs van den braven renner. — Nu, Günthertje, wat zeg je daarvan?"

Lehrbachs oogen schitterden, zijn bovenlip trilde zenuwachtig, doch zijn stem klonk even kalm als gewoonlijk en de lichte beweging van zijn hand, waarmee hij de heeren uitnoodigde plaats te nemen, was bijna onverschillig.

„Wat ik er van zeg? - Dat weet ik zelf nog niet, ik reken echter op jelui goeden raad en verzoek je allen met mij te klinken op het debuut van Mercurius!" En Lehrbach stak het telegram in zijn borstzak en gaf den kellner halfluid zijne bevelen.

„Het spijt me, maar ik heb geen tijd," riep Clodwig. die achter zijn stoel was blijven staan. „Je weet de koninklijke dienst en een gezellig déjeunertje op de societeit, dat zijn er twee! Maar ik zou dien kooplustigen sinjeur graag per ommegaande antwoord zenden. Vertel me dus eens: wat ben je van plan? Als ik je een raad mag geven, verkocht ik op alle manier; want entre nous sois dit, messieurs, Mercurius loopt goed en ziet er ook niet kwaad uit, maar dat's ook alles: een dienstpaard wordt hij zijn leven lang niet!"

Sluiten