Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik vind hem een kwade rekel!" schreeuwde een dikke, bleeke, opgeblazen tweede luitenant. „Ik herinner mij nog levendig, dat, in den tijd van de manoeuvres, het vervloekte beest mij bijna mijn nek had laten breken; als hij maar een kuil of een heg in de gaten kreeg, was ik zoo goed niet of ik moest er met hem overheen!

„Dat heb ik je vooruit gezegd, Hassel! temperament zit er in. Prosit! Je geredde hals zal leven!''

„Je bent toch niet van plan hem op stal te laten rentenieren?" vroeg Hattenheim meesmuilend. „Nonsens! je hebt immers „Fancy Fair" en „Golden Dreanr," die zijn driemaal meer waard dan Mercurius!"

„Daarin heb je gelijk; ten tweede is de bruine wel wat zwaar," zei Günther en schudde het hoofd; en dan, ik vertrouw hem niet, of ik moet hem zelf onder hebben, en dat is op den langen duur ook drommels lastig!"

„Talm dus niet en bijt toe!"

„En een aristocratische prijs, hoor!" beijverde zich Hassel te zeggen. ,,Je hebt het nu zelf in je hand, en met zoo'n Berlijnschen bluf hans hoef je geen consideratie te gebruiken."

„Laten we dan vierduizend mark zeggen, en dan adieu Madrid ?"

„Wat vierduizend? Zooveel heeft hij je zelf gekost,' lachte Hattenheim slim. Altijd gentlemanlike. Een paard, dat uit het huzarenregiment van H. komt, kost zijn vijfduizend mark, al was het ook kreupel aan alle vier zijn pooten."

„Bravo! bravo! de dikke heeft gelijk! Tefegrapheer vijfduizend !''

„O je kunt altijd gemakkelijker iets laten vallen dan opslaan!" knikte Clodwig.

Lehrbach kreeg lachend zijn portefuille. „Bij mij is 't altijd prix fixe : als mijn onbekende vereerder vijfduizend mark voor het beest geven wil, kan hij het krijgen. Ergo, een antwoord opstellen, Clodwig. Maar eerst op aller welzijn!"

„Vivat! op ros en ruiter! Dat zij leven !" klonk het juichend uit alle monden.

J

Sluiten