Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarna opende Lehrbach zijn brieventasch en scheurde haastig een blad uit zijn notitieboek. Ettelijke losse bladen, potloodschetsen door den jongen graaf ontworpen, vielen op de tafel neder.

„Ah, pardon, maestro, mogen onze profane oogen bewonderen?" vroeg Clodwig en nam een der papieren op. „GanzenLize? Chapeau bas, dat's een mooi kopje! En in Juni in Grosz-Stauffen ontworpen ! Hoor eens, chevalier sans peur et sans reproche," — Clodwig kneep één oog dicht en zag den schoonen jongen man meesmuilend aan, — „zeker weer een van je kleinen amours, pour passer le temps?"

Lehrbach lachte vroolijk. „Ganzen-Lize ? Waarachtig, daar heeft hij mijn Ganzen-Lize in de hand! Kijk haar maar eens goed aan ! De jonge dame behoort niet tot mijn kleine, integendeel tot een van mijn grootste veroveringen. Wie denk je wel, dat die ganzenhoedende landelijke schoone is ?"

„Günther!" Hattenheim richtte zich op in zijn volle lengte, een ernstige, bijna driftige blik trof zijn vriend en bleef verwijtend op het lachende gelaat van den jongen man gevestigd.

„Brr! niet bijten, dikke !" en Lehrbach streek overmoedig de donkere krullen van het voorhoofd, „wij zijn hier entre nous, en de vrienden mogen zich toch met hetzelfde recht over iets buitengewoons amuseeren als wij."

„Dat zal waar zijn! Opbiechten, beste jongen! Je maakt ons nieuwsgierig."

„Günther, ik smeek je !"

De jonge Lehrbach maakte een beweging als een eigenzinnig kind en trok ironisch zijn lippen bij elkaar. „Je hoeft geen gewetenswroegingen te hebben, we hebben den tulband en de glazen karnemelk ruimschoots vergoed inet kostelooze le?ons de danse, en niets legt ons de verplichting op, onze zomeravonturen aan een goedlachsch publiek te onthouden"'Günther wierp zich, met een blik op het van toorn gloeiende gelaat van Hattenheim, achterover in zijn stoel. „Groote goön, pas op, anders springt er een aar, je moet niet boos zijn dat

Sluiten