Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zal dien slechten jongen direct hierheen sturen," zegt hij haar hartelijk de hand drukkend, „zoo gauw ik tante begroet heb, hoor!" En nogmaals knikt hij vriendelijk en wenkt dan oom Bernd hem naar mevrouw Von Wetter te brengen; doch plotseling houdt hij even stil, legt, als herinnert hij zich iets, zijn hand aan zijn voorhoofd en neemt Josephine het balboekje uit de handen, om daarop een vluchtigen blik te werpen. Hij ziet langs den muur, waar tal van heeren staan, wenkt een jongmensch in politiek en keert zich dan weder tot freule Von Wetter: „Baron d'Ouchz," stelt hij voor, „een jong attaché, welke op 't oogenblik in mijn kabinet werkzaam is, — mijn rechterhand," voegt hij er schertsend bij, „die het zich tot een eer zal rekenen, in plaats van mijn naam den zijnen achter een der dansen te mogen schrijven!"

D'Ouchz buigt zwijgend. Hij is groot en slank, zijn bleek gelaat vormt een sterk contrast met het gitzwart haar; en zijn donkere, sombere oogen, waaruit hartstocht en trots spreken, vestigen zich lang op de kinderlijke gestalte vóór hem. Josephine ziet hem vriendelijk aan, ze weet zelf niet waarom, doch ze lacht tegen hem en zegt vertrouwelijk: „Zeker, mijnheer d'Ouchz, ik zou zelfs het liefst met u een wals dansen: die ken ik het best."

„Geef mij dan de wals, vóór men aan tafel ga, dan heb ik het voorrecht ook gedurende het souper uw cavalier te zijn!"

Ze knikt slechts en ziet hem met stralende oogen dankbaar aan; d'Ouchz schrijft zijn naam en gaat daarna weer naar zijn plaats terug.

Het is Josephine, alsof zijn blik op haar gevestigd blijft; maar neen, de zijne niet alleen, alle oogen zijn op haar gericht en de gezichten, die zich naar haar toe keeren, zien er zoo spottend uit, en ze steken de hoofden bij elkaar en lachen, lachen zeker om haar.

Wat is er dan toch zoo belachelijk aan haar? Met angstige oogen wendt ze het hoofd om en ziet zich voor de eerste maal in den grooten spiegel. Is zij die vormelooze witte kolossus met dien grooten bonten ceintuur en die wijd uit-

Sluiten