Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Sylvia glimlachte even. „Ge zult ons toch niet wijs willen maken, Von Hattenheim, dat Fortunatus ongelukkig is in de liefde?"

„Dikke, lach niet zoo geheimzinnig, dat compromitteert mij!" trachtte Lehrbach te spotten.

Hattenheim schudde het hoofd, wierp een zijdelingschen, meesmuilenden blik op zijn vriend en zei: „In het algemeen niet, Uwe Hoogheid!"

„En in het bijzonder?' vroeg de prinses langzaam, met een onbeschrijfelijken blik op Günthers oogen.

Vóór Hattenheim tijd had te antwoorden, had Lehrbach zich voorovergebogen en fluisterde op gedempten toon: „Alleen in bijzondere gevallen ben ik ongelukkig — en krijg, in plaats van rozen, lauwertakken!"

Sylvia lachte zeer tevreden gesteld; Ilse geeuwde, als verveelde zij zich, en nam een grooten slok bier.

Josephine had met Dettleff en d'Ouchy ter zijde gestaan; ze scheen van het geheele gesprek niets gehoord te hebben, en had niet de minste belangstelling getoond voor het trekken der kaarten. Slechts een oogenblik hadden haar oogen die van Günther ontmoet, toen hij zoo triomfeerend „Hartenheer!" uitgeroepen had; daarop had ze zich snel naar d'Ouchy gekeerd en voor de eerste maal betreurt, dat de zadelriem gesprongen was.

„Ik heb altijd ongeluk!' morde de jonge diplomaat. „Een dwaas, die tegenwoordig nog wacht, tot het geluk ongeroepen komt."

Sylvia herinnerde er nu aan, dat het tijd werd terug te keeren, dronk haar glas leeg en stond op. Lehrbach boog en gaf haar den langen sleep van haar rijkleed over den arm. Zijn blik viel op den voet der doorluchtige amazone; hij was groot en zwaar, niettegenstaande de elegante bekleeding, bijna grooter dan die van Ganzen-Lize in de bespijkerde schoenen in het hooi te Grosz-Stauffen.

Sylvia nam zijn ann en trad de deur uit om op het erf nog de groeten aan te nemen van de houtvestersfamilie, die

Sluiten