Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En breng dan je verzen mee!" riep Josephine.

„Als ik mij gestemd voel om ze voor te dragen, — anders niet!" Weder een buiging, die eindigde in een struikelen over den [drempel, en de dichter was achter de portières verdwenen.

„Wat een grappig, origineel mensch!" lachte Ange goedig. Ik ben bepaald nieuwsgierig iets van zijn rijmelarijen te leeren kennen!"

Nauwelijks was de familie Lattdorf den volgenden morgen van de ontbijttafel opgestaan en had de grootmeesteres zich naar haar kamers begeven om toilet te maken, of de schel der villa Carolina werd stormachtig in beweging gebracht.

Verontwaardigd begaf zich Hendrik naar de deur en opende deze, doch deinsde terug, toen zich een bende vroolijk juichende kinderen onstuimig tegen hem aandrong. „Het had wel iets ,van den zwerm sprinkhanen zaliger gedachtenis in Egypte," had Hendrik later gemompeld. Een jong meisje met zeer roode wangen en een eigenaardig toilet trachtte de bijdehandsten der kleinen bij een arm terug te houden.

„We willen naar Phine!" schreeuwde een der „landplagen" zooals graaf Lehrbach zou zeggen, den verbluften Hendrik toe, en Gretchen voegde er verlegen bij: „Is freule Von Wetter te spreken?"

„Wie heb ik de eer aan te kunnen dienen," vroeg de knecht en staarde verwonderd op de dominees-familie, waarvan een enkele zich door en om zijn beenen heen in de vestibule

gedrongen had.

„Hè, weet je niet wie we zijn?" joelden zij. „Wat een domoor!" En de kleinen lachten en juichten en begonnen alles in de vestibule nauwkeurig op te nemen.'

Hendrik begon boos te worden; zijn verwende, verfijnde smaak zag met verontwaardiging neer op het minder aangename voorkomen van de talrijke bezoekers, op de jurkjes, hesjes en manteltjes, welker snit den practischen geest van de domineesche niet kon verloochenen, op de uitstaande,

Sluiten