Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kapelmeester overhandigde haar, diep buigend, een muziekboek en plaatste zich daarop voor het instrument, om zoodra zij het teeken gaf, gereed te zijn haar te begeleiden.

Sylvia keerde zich naar den zijmuur en wenkte d'Ouchy toe: „Ik betaal het eerst mijn schuld aan u, omdat gij den besten smaak hebt van den geheelen troep!"

De attaché boog gevleid; daarop gaf Hare Hoogheid een teeken en ving aan „Meine Ruh' ist hin, mein Herz ist schwer,' het spinlied van Gretchen, te zingen, dat d'Ouchy uitgekozen had.

De prinses zong het lied wegsleepend schoon. Men had het niet mogelijk geacht, dat die harde, scherpe stem zoo teeder, zoo weemoedig, zoo jzacht kon klinken, — dat een zoo diep, door hartstocht ontwaakt gevoel, haar zoo bezielen kon. Graaf Lehrbach had Sylvia meermalen hooren zingen, maar nooit was hij zoo getroffen geworden door den gunstigen invloed, welke de toovenares Muziek op haar uitoefende, nog nooit was hem de wilde amazone zoo beminnelijk, zoo lieftallig voorgekomen. Hij zag haar nadenkend aan; wel bewonderde hij haar, maar toch was de blik, dien hij op de schitterende, in wit fluweel gehulde gestalte vestigde, buitengewoon koel.

„Zij is slim," dacht hij: „tegenover haar zit de erfprins en wenkt met een kroontje; dat merkt men." Daarop wierp hij een blik op Josephine, die aan zijne andere zijde naast Hattenheim zat; zijn oog viel op den blanken arm en het lieve jeugdige gezichtje van Ganzen-Lize, die vol verrukking luisterde naar de betooverende muziek. Ook prins Detleff zag vaak naar haar kant, en Hattenheim zat zoo trots naast haar en zag de menschen zoo uitdagend aan, als wilde hij zeggen: „Zij is mijn! Graaf Günther von Lehrbach was een dwaas, dat hij zich haar ontnemen liet!"

Deze wierp het hoofd trotsch in den nek. „Je bent er nog niet!" dacht hij eri sloeg er geen acht op, dat prinses Sylvia haar lied ten einde had gezongen, dat er een plechtige, eer-

Sluiten