Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven heb, in elke omstandigheid van zijn leven een waar vriend voor hem te zullen zijn. Ik stel echte vriendschap hoog, ik houd haar in eere en heb haar een groote plaats in mijn hart ingeruimd. Waaraan zou ik mij anders hechten? Liefde behandelde mij steeds als een stiefkind!" Met een weemoedigen lach schudde hij het hoofd, toen Josephine met een snelle beweging het gelaat ophief om hem haastig in de rede te vallen. Dan vervolgde hij met eenige verheffing van stem:

„Wat ik eenmaal ben, ben ik met geheel mijn ziel, en niemand die mij ooit zijn vertrouwen schonk, zal zich in mij bedrogen zien; daarvoor is Reimar von Hattenheim veel te nauwgezet! Ge ziet dus wel in, freule, dat het mijn heilige plicht is over Günthers geluk te waken, en wanneer ik u verzoek mij daarbij behulpzaam te zijn, zult ge het mij niet weigeren, is het wel?"

„Waarom moet gij het geluk van uw vriend beschermen? Loopt het dan gevaar?"

Hattenheim staarde nadenkend naar den grond.

„Herinnert ge u ons gesprek in het Lehrbachsche park? Het „gelukskind" Lehrbach was er het onderwerp van. Ik sprak toen reeds de vrees uit, dat de voortdurende, al te felle zonneschijn het hart van mijn vriend zou doen uitdrogen tot een woestijn van oppervlakkigheid, geblaseerdheid en verveling. Giinther is te midden van geluk opgegroeid; hij is een goed mensch, met vele kleine gebreken, die dreigen hem over het hoofd te groeien; hij heeft een edel hart, maar het is wat zwak van karakter.

„Te veel zon, te veel geluk is niet goed. Eerst als het gelukskind het harte bloedt, bemerkt hij, dat dat hart in zijn boezem klopt; eerst als hij geleerd heeft te weenen, ziet hij met helderen, klaren blik de wereld in. Er zijn bittere, zure druppels toe noodig om den menschen het rooskleurige waas uit de oogen te wasschen, dat hen zoo kortzichtig maakt! En vergeef mij, wanneer ik een vraag tot u richt, die misschien onbescheiden klinkt; uw vriendelijkheid en de duizende

Sluiten