Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lengte tegenover Günther. „Ben ik je rekenschap schuldig voor datgene wat ik doen en laten wil?" vroeg hij trotsch. „Wanneer jij je niet verbonden gevoelt, door je ernstige belofte op dien avond, toen je ijdelheid en je hoogmoed je tot hun speelbal maakten, zie ik ook niet in, dat ik om een kinderachtigheid verplicht ben, jou om verlof te vragen omtrent mijn keuze."

„Je hebt in troebel water gevischt; je wist, dat Josephine mij liefhad en toch ..

„Je liefhad?... Beminde zij je werkelijk op den avond, nadat jij haar den polka voor den cotillon gevraagd hadt? Ook het bloeien van een heidebloem vergaat, wanneer zij laf en wreed in het stof getreden wordt."

„Ha! de polka voor den cotillon!" — riep Günther spottend. „Dus van jou vernam Josephine de ongelukkige geschiedenis van dien dans ? En durf jij beweren, dat je een eerlijken strijd gestreden hebt? Je hebt gelijk: liefde moet wel vergaan, wanneer er goede vrienden zijn, die die liefde bekladden en haar ideaal zwart maken! Geloof en vertrouwen moeten verwelken en sterven, wanneer valschheid haar gif er over doet vloeien! En dat van jou — van jou Reimar, voor wiens eerlijk hart ik met mijn leven zou hebben ingestaan!"

Toomlooze drift deed de stem van den jongen man beven, die met vlammenden blik en gebalde vuist tegenover Hattenheim stond.

Reimars gelaat was vaalbleek geworden, zijn breede borst ging op en neer onder de zware ademhaling, doch zijn stem klonk kalm en bedaard, ofschoon een dreigende houding zijn gestalte scheen te doen groeien.

„Je bent opgewonden, Günther! Je bent mijn vriend, en daarom zal ik je antwoorden zooals ik nu doe. Ware dit niet het geval, c'an ... Dat je mij tot valschheid en huichelarij in staat acht, kan ik je helaas niet verbieden; dat je mij er echter van beschuldigt, kan en mag ik je verbieden, en ik doe het met al het gevoel van eigenwaarde van een man van eer."

„Den kameraad zou ik hierop slechts een antwoord geven, geschreven met bloed. Tegenover den vriend mag ik dat

Sluiten