Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht! lederen bloemtak, dien men u reikt, maakt ge tot een geesel, en onze gunstbewijzen wantrouwend ontbladert gij de roos zoolang, totdat slechts de doornen blijven staan!"

Snel hief ze haar hand in de hoogte, plukte een halfontloken mandroos van de bloementafel, die naast haar stond en reikte die den jongen officier. De uitdrukking van haar gelaat, haar glimlach, haar woorden lieten geen twijfel meer, welk recht zij hem te gelijk met die bloem schonk.

„En wat zegt ge nu, slecht, haatdragend mensch ?"

Hattenheims hart stond stil.

Günther nam de bloem aan en kuste de hand der doorluchtige geefster.

Een trotsche, spotachtige trek krulde zijn lippen.

„Ik zeg, Uwe Hoogheid, dat ik het betreur die bloemen niet te zien in een waardiger hand."

Sylvia zag hem bij die woorden verwonderd aan. „En wanneer ze mij waardig genoeg voorkomt ?"

Günther glimlachte. „Die roos geeft dengene, die haar ontving, het recht zich voor de gelukkigste van alle stervelingen te houden," zeide hij, terwijl zijn neusvleugels licht trilden ; „hem immers staat de wereld open en aan haar gouden poorten staat met lachenden mond de liefde, die hem het welkom toeroept. Hoe gelukkig moet het een man maken, die met geheel zijn hart, geheel zijn ziel die poorten kan binnentreden! Wanneer ik echter mijn hart wilde tooien met die bloem, zou ik ze op een graf leggen, waarin alle hoop, alle levenslust voorgoed begraven is!" Günthers stem klonk vast, zijn gelaat was zeer bleek en ernstig geworden.

„Wie, zooals ik, afgedaan heeft met de liefde, Uwe Hoogheid, voelt zich niet meer gedrongen zich met rozen te tooien. Die tijd ligt achter hem als een droom. De lauwertak, dien gij mij eenmaal in den wintertuin reiktet, is mij tot een ernstig symbool geworden; tusschen dat bittere kruid, tusschen die donkere bladen passen geen vroolijke kleuren: de teedere rozenbladen zouden er tusschen verwelken. Vroeger heb ik

Sluiten