Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dezen morgen waren eindelijk de beide chefs van het bankiershuis in de residentie gekomen om de quitantie te presenteeren. Bleek en ontdaan had graaf Lehrbach op vertoon der quitantie zijn handteekening aanschouwd, welke zoo bedriegelijk gelijkend, zoo duidelijk was, — en toch valsch moest zijn.

Hij zelf had zich onmiddellijk begeven naar den hertog, en onderzoek en ontslag uit zijn ambt aangevraagd.

Franz Eginhard was buiten zichzelf geweest van ontsteltenis en had het voorstel gedaan de zaak te laten rusten, doch Lehrbach was blijven volharden bij zijn aanvraag om gerechtelijk onderzoek.

Algemeen geloofde men aan een ongelooflijk brutalen diefstal, en toch bemerkte graaf Lehrbach, hoe koel en stijf de hovelingen waren, die nog voor weinige dagen met gebogen rug hadden gesidderd voor het fronsen van zijn wenkbrauwen.

Oogenblikkelijk waren alle stukken verzegeld en had men een aanvang gemaakt met de verschillende verhooren.

Men verwachtte nu de beslissing omtrent de handteekening en twijfelde niet aan de uitspraak: daarmede tenminste was de naam Lehrbach ontheven van den schijn van schuld.

In de residentie heerschte algemeene opschudding. Men fluisterde en stak de hoofden bij elkaar; met een spotachtig lachje haalde men de schouders op en beklaagde den armen minister. Hij had zich zoo verdienstelijk gemaakt voor het land en de residentie! Zijn feesten overtroffen alle andere, juist dezen winter waren zij zoo weelderig, bijna vorstelijk geweest! En zijn zoon, de officier, was nogal zoo ongelukkig geweest bij het spel en had bij de wedrennen een van zijn beste paarden verloren, en toch had hij zeer ruim geleefd! Wat moest dat alles wel gekost hebben?

Hertog Franz Eginhard had zich in persoon begeven naar zijn gunsteling om te hooren of de onderzoekingen reeds tot eenig resultaat geleid hadden. De verhooren van den secre-

Sluiten