Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Het bericht van de ziekte van Zijne Excellentie en de geruchten omtrent het bevel van Zijne Hoogheid om alle verder onderzoek te staken, gingen als een loopend vuur door stad en land en rukten het huichelachtig masker van het gelaat der meeste hovelingen.

Afgunst en nijd sloegen hun scherpe klauwen onbarmhartig in het weerlooze slachtoffer, om hem den goeden klank van zijn naam, van zijn eer te ontrukken, het trotsche wapenschild naar beneden te sleuren en het in het stof te vertreden! Waar waren de vrienden, die nog voor weinig dagen den rug gebogen hadden voor de macht van den minister en de luimen en grillen van het gelukskind hadden toegejuicht?

Geen enkele was hem trouw gebleven.

Het zou immers onverstandig geweest zijn openlijk partij te kiezen voor een man, die klaarblijkelijk in ongenade gevallen was, en wiens naam een ieder door het slijk sleurde.

leder is zich zelf het naast. Wie van de glimlachende, gedecoreerde, hooge heeren staat vast op den gladden parquetvloer van het hof? Zelfs de zekerste struikelt daar en loopt gevaar uit te glijden; een ieder heeft daar genoeg te doen om zijn eigen plaats en positie in evenwicht te houden.

Ook tot Villa Carolina vonden de verontrustende geruchten hun weg en brachten Josephine tot wanhoop. Haar geloof aan de rechtschapenheid van den zwaar beproefden man stond echter vast; geen uitspraak van wien ook was bij machte dit aan het wankelen te brengen, en met van verontwaardiging

Gauzen-Liie. 19

Sluiten