Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als was zijn keel toegesnoerd, als dreigde het kloppen van zijn hart hem te doen stikken. Met angstigen blik op den zieke legde Josephine haar vinger op den mond en wenkte den jongen man te zwijgen; daarna trad ze onhoorbaar naar hem toe en legde haar rechterhand in de zijne.

„Ja, ik ben hier, en zal graaf Lehrbach niet verlaten vóór hij weer gezond is," fluisterde ze en sloeg haar oogen naar hem op. „Dat recht moet ge mij toestaan; want niet waar, goede buren helpen elkander steeds, en niets ligt Lehrbach nader dan Grosz-Stauffen."

Zij voelde, hoe zijn klamme, koude hand de hare krampachtig omsloot; zij zag, hoe zijn lippen trilden.

„Ga nu, - ik smeek het u," sprak ze zacht. Daarop boog hij zich en drukte een kus op haar hand.

„O, Josephine," fluisterde hij, „moge God je zegenen voor hetgeen je deedt! je hebt mij het geloof aan de menschen teruggegeven!"

Toen hij zich oprichtte en het jonge meisje zijn blik ontmoette, zag zij hoe de tranen hem in de oogen gesprongen en aan de donkere wimpers waren blijven hangen; ze waren de eerste dauwdruppels, die op het zwaarbeproefde hart van het gelukskind nedervielen. Daarna keerde hij zich haastig om en verdween achter de portières.

Langzaam kropen de uren voorbij. De dokter kwam en beschouwde den zieke en schudde zonder een woord te zeggen bedenkelijk het hoofd.

„We moeten zooveel mogelijk de koorts trachten tegen te gaan," zeide hij bij het heengaan tot freule Von Sacken, welke juist het bericht gebracht had, dat een der diaconessen tegen den avond komen zou. In den loop van den nacht zal hij wel tot bewustzijn komen."

Daarna gaf hij nog verschillende bevelen en beloofde binnen een naar uren terug te zullen komen.

Ondertusschen loste freule Von Sacken Josephine af. Günther groette haar met gebogen hoofd; een gloeiende blos

Sluiten