Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE EN TWINTIGSTE HOOFDSTUK.

Boomen en heesters stonden in vollen bloei, de vogels jubelden hun lied in de blauwe, heldere lucht, de menschen openden venster en hart om de vriendelijke zonnestralen binnen te laten, die een gouden brug tusschen hemel en aarde bouwden en der wijde wereld toeriepen: „De Mei is gekomen! De winter is voorbij!"

Ook door de groote, openslaande ramen van de ministerswoning drong de frissche, verkwikkende lentelucht. Groote kisten en koffers stonden in de vestibule opeengestapeld, verschillende bedienden liepen bedrijvig heen en weer door de reeds meest ontruimde kamers en volgden de bevelen van freule Von Sacken en Josephine. Het huis was door hertogin Maria Christina gekocht om tot winterverblijf voor haar verbouwd te worden, daar het paviljoen voor haar steeds toenemend rheumatisch lijden volgens de geneeskundigen 's winters te koud en te vochtig was. Morgen zou de zieke graaf Lehrbach het huis verlaten, daar hij in den laatsten tijd zeer in beterschap was toegenomen en ook het bewustzijn en de spraak langzaam terugkeerden.

Veel werd er in de residentie over gesproken. Iets zekers wist niemand, doch het gerucht ging, dat Hattenheim het slot Lehrbach onderhands, en zonder dat iemand het vermoed had, had verkocht aan een zeer rijke vreemdelinge, doch daarbij de voorwaarde had gesteld, dat Zijne Excellentie levenslang den linkervleugel zou mogen biijven bewonen. Klaarblijkelijk was daarin toegestemd, want binnen eenige dagen zou de overtocht naar Lehrbach plaats vinden.

Sluiten