Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

golfjes als diamant schitterden in de gouden zonnestralen! Reimar had haar zooveel verteld van zijn slot: — dat lag immers aan het strand en zag neer op de oneindige zee?En zacht neuriede zij: „Ich wollt', ich ware ein Vögelein, dann flog ich wohl über das Meer...!"

„Goeden morgen, nichtje,"' klonk het plotseling naast haar.

Ange schrikte niet, ze zag op en stak Hattenheim de hand toe, als had ze hem reeds lang verwacht.

„Zijt ge te voet gekomen?" vroeg ze hem.

Reimar zette zich naast haar. „Eigenlijk ben ik het bosch ingegaan met het plan om voor den minister een stuk wild te schieten; maar ik ben vanmorgen niet gelukkig geweest, en vóór ik het zelf wist, was ik van het rechte pad en den weg naar Grosz-Stauffen ingeslagen. Ik dacht wel, dat ik je hier zou vinden."

„Dan heb je een groote wandeling achter den rug' Laat mij dus maar gauw voorbij, dan zal ik voor een ontbijt voor je gaan zorgen!''

Reimar hield haar echter tegen. „Blijf hier," smeekte hij met zachte stem; „ik zou gaarne hier eerst uitrusten!"

Zonder te spreken ging Ange weer zitten; een beklemd gevoel deed haar hart gejaagd kloppen. Een oogenblik heerschte een diep stilzwijgen, door niets gestoord dan door het gezang der vogelen en het ruischen der blaren.

„Ik heb iets voor je meegebracht," sprak Reimar eindelijk, opende zijn reistasch en reikte haar een bouquet boschviooltjes over.

„Hoe vriendelijk van je om aan mij te denken," antwoordde zij, zonder zijn blik te ontmoeten, nam de bloemen aan en stak die aan haar boezem.

.Ik denk zoo veel, bijna altijd aan je, Ange," sprak hij zacht.

Welk een heerlijke geur steeg uit de bloemen tot haar op.

Met bevende vingers hervatte Ange haar arbeid. Reimar boog zich dichter naar haar toe en volgde de beweging van haar hand.

„Vroeger, als ik u een hand gaf. vreesde ik steeds die kleine,

Sluiten