Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Eerst tegen den middag verhief Petronins zich van zijn leger, vermoeid zooals gewoonlijk. Hij had den vorigen avond weer aan een gastmaal, dat Nero gaf, deelgenomen en was pas lang na middernacht naar huis gekeerd. Sedert geruimen. tijd gevoelde hij zich niet goed; hij klaagde eiken morgen over dofheid in zijn hoofd en vermoeidheid van geest en pas na zijn morgenbad en nadat zijne slaven zijn lichaam zorgvuldig hadden gewreven, gevoelde hij zich beter worden.

Na het gastmaal had hij met Nero, Lucas en Seneca er over geredetwist of de vrouw eene ziel bezat of niet. Nauwelijks van zijne legerstede opgestaan, begaf hij zich in het bad, waarna twee forsche knechten hem op eene tafel van cvpressenhout droegen, die geheel met sneeuwwit lijnwaad uit, Egypte bedekt was. Zij doopten hunne handen in welriekende olijfolie en begonnen zijn schoon gevormd lichaam te wrijven.

Met gesloten oogen onderging Petronius deze behandeling, spoedig doordrong eene aangename warmte zijn lichaam eu verdreef alle moeheid.

Nu sloeg hij de oogen op en vroeg naar het weer en naar de juweelen, die de juwelier Idomeneus hem beloofd had op zicht te zullen zenden. Hij vernam, dat het weer heerlijk was en de juweelen nog niet gekomen waren. Weer sloot hij de oogen en beval juist in het Tepidarium (badkamer) gebracht te worden, toen het hoofd van een slaaf tusschen den voorhang verscheer: en hot bezoek van den jongen, zooeven uit Klein Azié teruggekeerden Markus Vinicius, aankondigde. Petronius gaf bevel den gast in het Tepidarium te voeren, waarheen hij zich nu ook dragen liet.

Vinicius was de zoon van zijne oudste zuster. De jongeling had onder Corbulo's bevel gestreden tegen de Parthen en was na het einde van den oorlog naar Rome teruggekeerd. Petronius voelde eene zekere genegenheid voor hem, want Vinicius was schoon en krachtig gebouwd en Petronius voelde liefde voor alles, wat schoon was van lijn en vorm en het oog boeide. Hij had dan ook den titel van „arbiter elegantiarum," scheidsrechter in zaken van goeden smaak, verworven.

„Gegroet, edele Petronius," zei de jonge krijgsmj toen

Vudutf X

Sluiten