Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nietszeggend; vol wisselende begeerten, gezwollen van vet, ondanks zijne jeugd; bovendien was 't ziekelijk en leelïjk' I^ygia scheen t onheilspellend, vóór alles echter afstootend toe.

Na een poosje legde hij den smaragd neer en bekeek het me sje niet langer. Nu zag zij dat de blauwe, uitpuilende oogen, gla.zig, geesteloos, aan de oogen van een doode gelijk waren.

„Is dat de gijzelaarster, op wie Markus Vinicius zoo verliefd is ?" ^ vroeg hij, zich tot Petronius wendende.

„Zij is 't," was het antwoord.

„Hoe heet haar volk?"

„De Lygiërs."

„Vindt Vinicius haar schoon?"

„Kleedt den verrotten stam van een olijfboom in het gewaad van eene vrouw en Vinicius zal haar voor schoon verklaren. Maar in uwe trekken, onvergelijkelijke rechter, heb ik uw oordeel al gelezen. Gij behoeft 't in 't geheel niet te zeggen. Uw oordeel is juist. Zij is te dor, te mager, eene bloem op slanken stengel, en gij, o, goddelijke kenner, gij schat de bloem naai* haar stengel. Gij hebt honderdmaal gelijk, 't Gezicht alleen beteekent niets. Veel heb ik al geleerd in den omgang met u; maar hier is zelfs mijn oordeel niet onfeilbaar. Ik ben te allen tijde bereid met Tullius Senecio eene weddenschap aan te gaan, dat, ofschoon 't bij feestgelagen, waar allen achteruit leunen, moeilijk is de geheele gestalte te beoordeelen, gij in u zelf reeds gezegd hebt: te smal in de heupen."

>>Te smal in de heupen," antwoordde Nero knipoogend.

Een nauw merkbaar glimlachje vloog over Petronius' gezicht, maar Tullius Senecio, die zich tot nu toe met Vestinus had onderhouden, of liever droomen bespottelijk had gemaakt, daar \ estinus daaraan geloofde, keerde zich nu naar Petronius zonder ook nog in 't minste te weten, waarover men sprak.

„Gij vergist u. Ik ben van 's Keizers meening."

„Voortreffelijk,' antwoordde Petronius. „Ik beweerde juist, dat gij een greintje verstand hadt, de Keizer daarentegen houdt vol, dat ge een. volmaakte ezel zijt."

„Habet!"1) zei Nero en keerde zijn duim naar beneden, zooals men in het circus deed, als een gladiator overwonnen was en den doodsteek krijgen zou. Vestinus echter, in de meening, dat er sprake was van droomen, riep uit:

*) Dien heeft hij = die is raak.

Sluiten