Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En toch geloof ik aan droomen en uit Seneca's mond zelf weet ik, dat ook hij er aan gelooft."

„Vannacht droomde ik, dat ik eene Vestaalsche maagd geworden was,'* zei Calvia Crispinilla, zich over de tafel heonbuigend.

De keizer klapte in de handen, de anderen volgden eii in oen oogenblik hoorde men overal handgeklap, want Crispinilla had al een aardig aantal echtscheidingen achter den rug en leidde een leven van uitgelatenheid, dat in geheel Home bekend was.

Zij liet er zich echter niet door van streek brengen en zei:

„Nu goed, de Vestaalschen zijn oud en leelijk, Rubria alleen lijkt wat op een mensch, en we zouden dan met ons 'weeën zijn, ofschoon Rubria af en toe zomersproeten heeft.1'

' „Beken maar, kuische Calvia," zei Petronius^ „dat ge alleen in den droom eene Vestaalsche kunt worden."

„En als de Keizer 't nu beval?"

,Dan zou ik gelooven, dat zelfs de onmogelijkste droomen waarheid kunnen worden."

„Maar zij worden waarheid," zei Vestinus, „ik begrijp de lieden, die niet aan goden gelooven, maar hoe is 't mogelijk niet aan droomen te gelooven?"

„Maar profetiën dan?" vroeg Nero. „Eens werd mij voorspeld, dat Rome ten onder zou gaan en ik over 't geheele Oosten zou heerschen."

„Profetiën er. dioomen hooren bij elkander," zei Vestinus. „Eens zond een groot, maar ongeloovig man een slaaf in den tempel van Mopsus,1) met een verzegelden brief, dien hij niemand had laten zien; hij deed dit om te zien of de rr0d de daarin geschreven vraag beantwoorden kon. De slaaf sliep een gehoelen nacht in den tempel, om een profetischen droom te krijgen; des morgens keerde hij terug en vertelde: ,Ik zag in mijn droom een jongeling, licht als de zon, die slechts dit eene woord sprak: zwart 1' Toen de pro-consul dit hoorde, verbleekte hij en zeide, zich tot zijne eveneens ongeloovige gasten wendende:

„Weet ge wat er in den brief stond ?"

Hier zweeg Vestinus, hief den wijnbeker op en dronk.

„Wat stond er in den brief?" vroeg Senecio.

.Deze vraag: Is de stier, dien ik offeren zal, wit of /wart.'1

Doch de opmerkzaamheid, die deze vertelling gewekt had,

') Een waarzegger.

Sluiten