Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De lippen van het meisje verbleekten.

„Ik ga," zei zij.

En ten afscheid sloeg zij haar arm om Actea's hals.

HOOFDSTUK X.

Het. huis van Vinicius prijkte werkelijk in een feestdos van myrthengroen en van klimop, muren en deuren waren er mee versierd. De zuilen waren met druivenranken omkranst. Het Atrium, waarvan het bovendeel door een purperen stof tegen de nachtelijke koelte was beschut, was zoo helder als bij dag. Lampen brandden er met elf en twaalf lichten. Ze geleken op boomen, schepen, dieren, vogels, beelden, die schaler: droegen met welriekende olijfolie, en waren van albast, marmer of verguld Corinthisch brons, wel niet zoo wonderschoon bewerkt als de door Nero gebruikte lampen, die uit den tempel van Apollo genomen waren, maar toch schooi, en door uitstekende meesters vervaardigd.

Eenige der lichten werden door alexandrijnsch glas of door doorschijnende stoffen van den Indus in eene roode, blauwe, gele of violette kleur gedempt, zoodat het geheele Atrium in een bont licht, straalde.

In de eetzaal was eene tafel voor vier personen gedekt; hieraan zouden behalve Vinicius en Lygia, Petronius en Chrysothemis plaats nemen.

Vinicius had den raad van Petronius gevolgd om niet zelf naar Lygia te gaan, maar Atacinus naar haar toe te zenden met het van den keizer verkregen verlof, haar in zijn huis te ontvangen; hij besloot haar met uitgezochte vriendelpheid, ja zelfs met eerbewijzen te verwelkomen.

„Ge waart gisteren dronken," zei Petronius, „ik zag je wel. Ge hebt haar behandeld als een steenhouwer uit de Albanische bergen. Wees toch niet zoo onstuimig, bedenk, dat men goeder, wijn langzaam moet drinken. Weet, dat 't zoel is te begeeren, maar nog zoeter om begeerd te worden."

Chrysothemi;. had hare eigene, eenigszins daarvan verschillende meening; maar Petronius noemde haar zijne Vestaalsche. zijn duifje, en begon het onderscheid uit te leggen, dat er bestond tusschen een geoefend wagenmenner en een die

Sluiten