Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuin. Poppea kwam er ook met liet kind, (lat gedragen werd door de Afrikaansche min Lilith. 's Avonds werd het kind ziek en Lilith beweert, dat het behekst is, dat dat vreemde meisje, dat zij in den tuin zag, het kind betooverd heeft. Als het kind geneest, dan zal men Lygia wel vergeten, zoo niet, dan zal Poppea de eerste zijn, die Lygia van toovenarij beschuldigt en het meisje is verloren, waar men het ooit moge vinden."

Een oogenblik van stilte volgde. Toen zei Vinicius:

„Misschien heeft zij het kind en mij betooverd."

„Lilith zegt, dat de kleine prinses begon te schreien op het oogenblik, waarop zij langs ons voorbijgedragen werd. En dat was ook zoo. In elk geval was zij al lijdend, toen men haar in den tuin droeg. Vinicius, zoek Lygia als ge wilt, maar zoolang het kind niet genezen is, spreek dan nie! over haar tegen Nero, anders levert ge haar aan Poppea's wraak over. Lygia's oogen hebben om uwentwil al genoeg geweend; mogen de goden haar beschermen!"

„Hebt ge haar lief, Actea?" vroeg Vinicius somber.

„Ja, ik heb haar lief," en tranen blonken er in de oogen der vrijgelatene.

„Gij hebt haar lief, omdat zij uwe liefde niet met haat vergold, zooals zij mij deed."

Actea keek hem zeer verbaasd aan en wist niet of hij in ernst sprak, eindelijk antwoordde zij:

„O, gij verblinde man — zij bemint u immers!"

Als bezeten sprong Vinicius bij deze woorden op. Lygia haatte hem. Wat kon Actea weten? Had Lygia, na hem één dag gekend te hebben, zulk eene bekentenis gedaan? En wat is dat voor eene liefde, die een zwervend leven, armoede, onzekerheid over den dag van morgen, ja, zelfs een ellendigen dood verkiest, boven <>eii feeste lijk versierd huis, waar de geliefde haar wacht? 't Ware hem beter zoo ieti niet te hooren, anders zou hij zijn verstand nog verliezen. Voor alle schatten van Nero had hij het meisje nie! geruild, eri zij — zij ontvluchtte hem. Wat is dat voor eene liefde, die bang is voor het geluk en smart bereidt? Wie kan dat verstaan of doorgronden?

Er waren oogenblikken in Aulus' huis geweest, waarin Vinicius had geloofd aan een naderend geluk, maar nu was 't hem duidelijk, dat zij hem haatte en met dien haat in haar hart zou sterven.

De anders zoo zachte en bedeesde Actea gaf nu aan hare

Sluiten