Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voelde har3 nabijheid en opende glimlachend de oogen. Zij legde hare hand op hem, om hem tot slapen te dwingen. Een gevoel van geluk doorstroomde hem. Maar weldra werd zijn toestand erger, er kwam koorts opzetten.

Af en toe viel hij in eene onrustige sluimering, verstoord door allerlei benauwde droomen. Hij droomde, dat de apostel Lygia wegvoerde, een pad op, gevormd door de stralen der maan, en dat ten hemel steeg. Hij strekte zijne handen naar hen uit en smeekte om hem mee te nemen.

Nu ontwaakte hij weer en keek rond. De lamp brandde slecht; de Christenen zaten bij 't vuur, de apostel in hun midden, Lygia op een bankje aan zijne voeten. Ook Miriain en haar zoon Nazarius zaten er bij. Petrus vertelde van de gevangenneming van den Verlosser, en allen hingen letterlijk aan zijne lippen.

Vinicius viel weer in een koortsachtigen sluimer en toen hij daaruit ontwaakte zat er niemand meer bij 't vuur; maar bij het schijnsel daarvan zag hij Lygia dicht bij zijne legerstede zitten.

Hare aanwezigheid deed hem ontroeren. Hij herinnerde zich, dat zij den ganschen vorigen nacht in het Ostrianum doorgebracht, en zich den heelen dag gewijd had aan zijne verpleging. En nu, terwijl allen rustten, waakte zij nog. Hare geheele houding verried hoe moe zij was. Vinicius kon niet zien of zij sliep of in gedachten verzonken was. Hij beschouwde haar profiel, de in den schoot liggende handen en in zijn heidenschen geest kwam het denkbeeld op, dat er naast lichamelijke schoonheid nog een reine schoonheid van ziel zou kunnen bestaan. .

Hij begreep, dat haar geloof er haar slechts toe had kunnen brengen, alleen te waken bij hem, die haar vervolgd had, terwijl de anderen sliepen. Die gedachte was hem onaangenaam, ofschoon ze hem met bewondering voor dien godsdienst vervulde. Liever had hij gewild, dat Lygia slechts uit liefde tot hem zoo handelde. Maar toch begreep hij, dat haar iets ontbreken zou, als zij was zooals andere vrouwen. Nieuwe, hem tot nu toe vreemde gewaarwordingen ontwaakten in zijne ziel, zoodat hij verbaasd was over zichzelf.

Zij sloeg hare oogen op, zag dat zijn blik op haar rustte en naderde zijn bed.

„Ik ben bij u," sprak zij vriendelijk.

„Ik zag u in mijne droomen," antwoordde hij.

Sluiten