Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te spreken: zij zag, dat hij leed en niet durfde klagen, uit vrees haar te verjagen, en zij begreep dat zijne genezing van haar afhing.

Soms dacht zij, dat 't haar heilige plicht was bij hem te blijven om hem voor het Christendom te winnen. Maar haar geweten riep haar toe, dat zij 't slechts wilde doen uit lielde tot hem Zij leefde in een dagelijks zwaarder wordenden strijd. Zij kon zich niet verhelen, dat zijne stem haar steeds dierbaarder werd. Eens bemerkte zij op zijne wangen sporen van tranen en voor 't eerst in haar leven kwam 't verlangen in haar op ze weg te kussen. Maar ontsteld, dat er zulk een gedachte in haar kon opkomen, schreide zij den ganschen nacht.

Vinicius bleef geduldig; schitterden soms zijne oogen nog even van toorn, trots of eigenzinnigheid, dan bedwong hij zich dadelijk en keek verschrikt en als om vergeving smeekend haar aan. Dat ontroerde haar nog meer. Nooit gevoelde zij zich zoo innig bemind dan in zulke oogenblikken, nooit zoo zondig en gelukzalig te gelijk.

Vinicius was ook zeer veranderd. Met minder trots sprak hij tot Glaucus. Hij begon zelfs te begrijpen, dat Glaucus, Miriam en Crispus ook menschen waren. Hij was verwonderd over de veranderingen, die in hem plaats grepen. Voor Ursus gevoelde hij zelfs eenige genegenheid en meende die wederkeerig bij hem te bemerken. Lygia had hij altijd beschouwd als een wezen van hooger orde, hoog verheven boven allen, die haar omringden; maar hij begon nu ook aandacht te schenken aan de eenvoudige, arme menschen — wat hem vroeger nooit was ingevallen — en hij ontdekte bij hen eigenschappen, die hij nooit in hen vermoed had.

Steeds nog bleef hij overdenken wat hij in het Ostrianuin gehoord had. Hij verbaasde zich over de bovenaardsche macht van een geloof, dat de zielen der menschen zoo kon doen veranderen. Hij waagde 't niet aan Christus' goddelijkheid of aa i Zijne opstanding te twijfelen, de ooggetuigen waren te geloofwaardig. Hij stond voor een raadsel, waarvoor hij geen oplossing kon vinden. Aan den anderen kant scheen hem deze godsdienst bij de tegenwoordige wereldorde onnavolgbaar in het practische leven en in de hoogste mate onzinnig. Deze godsdienst toch moest, voor zoover hij dien kende, elke opperheerschappij, elk onderscheid van rang opheffen. Maar wat moest er dan van de Romeinsche opperheerschappij worden? Zouden de Romeinen ophouden

Sluiten