Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen worden. Maar ik sta er op, dat ge u bij ons voegt, want voor uw zielstoestand is naar mijne meening reizen en vermaken het beste geneesmiddel. Biecht maar eens alles op, en leef wel. Ik voeg cr dezen keer geen anderen wensch voor u bij, dan gezondheid; bij Pollux, ik weet ook niet, wat ik voor u wenschen moet."

Vinicius voelde weinig lust dat schrijven te beantwoorden, daar het hem niet mogelijk was zich nader te verklaren. Hij was misnoegd en voelde de nietigheid dezer wereld. Bovendien was hij er van overtuigd, dat Petronius hem niet begrijpen zou als hij hem meedeelde, dat er iets bestond, dat hea scheidde, te meer, daar hij het met zichzelf nog niet eens was.

Na zijn terugkeer uit de armoedige woning in zijn eigen prachtig paleis, gevoelde hij zich de eerste dagen wel te moede, door de rust, de behaaglijkheid en weelde, die hem omringden. Maar spoedig werd hij zich bewust van de vergankelijkheid dezer dingen en verloren zij alle bekoring voor hem. Hij dacht er niet over op reis te gaan.

„Waartoe? Wat kan ik daarbij winnen?" vroeg hij zichzelf af. Maar ook de eenzaamheid drukte hem zwaar. Hij zat alleen in zijn huis met het hoofd vol gedachten en het hart vol gevoelens, waaruit hij niet wijs kon worden. Na eenige aarzeling besloot hij Petronius te antwoorden en ofschoon hij niet wist of hij den brief zou verzenden, schreef hij 't volgende:

„Gij wenscht, dat ik mij nader zal verklaren; ik zal aan dat verlangen gehoor geven. Maar of ik mij wel duidelijker zal kunnen uitdrukken, betwijfel ik, want er zijn nog vele raadselen, die ik zelf niet vermag op te lossen. Ik beschreef u mijn verblijf bij de Christenen, hunne wijze van handelen tegenover hunne vijanden, waartoe zij met het volste recht mij en Chilon konden rekenen, eindelijk de hartelijkheid, waarmee zij mij verpleegden, en Lygia's verdwijnen. Neen, dierbare vriend, niet wegens mijn afkomst werd ik ontzien. Zij vergaven zelfs Chilon, ofschoon ik zelf hun aanried, hem in den tuin te begraven, 't Zijn lieden zooals de wereld ze tot nu toe niet zag. Ik verzeker u, dat ik door hen beter en met meer zorg verpleegd werd in hunne armoedige omgeving, dan mijne slaven 't in mijne rijke woning zouden hebben gedaan.

„Wat Lygia betreft, zij is zooals de anderen. Ware zij mijne

Sluiten