Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iedereen moei dan in *t zand krabbelen wat hem in\alt. I>\gia zal dan aan degenen, die een visch teekenen, de vrijheid geven."

Petronius was niet gewoon zich lang over iets te verwonderen. Hij trad met uitgestrekte hand op Vinicius toe met de woorden:

,,'t Geluk is altijd daar, waar men 't meent te zien. Moge Flora u lange jaren bloemen voor de voeten strooien. Ik wensch u alles toe. wat ge uzelf wenschen moogt. Maar wees in 'Autium op uwe hoede voor de wraakzuchtige Poppea. „Ik denk er niet aan. Geen haar van mijn hoofd zal daar

gekrenkt worden."

„Als ge denkt, dat ik me nogmaals zal verbazen, hebt ge 't mis. Maar waarom zijt ge daar zoo zeker van?

„Omdat de apostel Petrus het mij verzekerde." „O, Petrus! Ja, dan zal 't wel waar zijn! Maar sta mij toe zekere maatregelen voor uwe veiligheid te nemen,^ alleen maar om te zorgen, dat uw apostel Petrus niet bewijst een valsche profeet te zijn, want dan zou hij uw vertrouwen verliezen, dat hem misschien nog van dienst zou kunnen zijn.

„Doe wat ge wilt; ik echter blijf op hem vertrouwen. En als ge misschien denkt mij tegen hem in te nemen, dooi zoo spottend over hem te praten, vergist ge u toch zeer. ^ „Nog eene enkele vraag. Zijt ge Christen geworden? „Nog niet. Maar Paulus van Tarsus zal mij naar Autium vergezellen om nuj daar in de Christelijke leer te onderrichten. Daarna zal ik mij laten doopen; want uwe bewering, dat zij vijanden des levens en der vreugde zijn, is onwaar.

„Des te beter voor u en Lygia," antwoordde Petronius. Schouderophalend voegde hij er bij, als tot zichzelf spiekend: „Merkwaardig toch, hoe deze lieden 't verstaan, nieuwe aanhangers te winnen en hunne sekte uit te breiden.

„Ja," antwoordde Vinicius met een warmte, alsof hij reeds den doop ontvangen had, „zij hebben duizenden en duizenden aanhangers in Rome, in alle steden van Italië, in Griekenland en Azië. Bij de legioenen en onder de pretorianen vindt men Christenen: zelfs het keizerlijk paleis herbergt ze. Slaven en burgers, rijk en arm, plebejers en patriciërs zijn dit geloof reeds toegedaan. Ja, deze leer zal de wereld veroveren, want zij alleen is in staat de maatschappij te hervormen. Spreek me niet tegen; wie weet of gijzelf niet binnen langer of korter tijd tot het Christendom overgaat."

„Ik?" vroeg Petronius. „Neen, dat zal nooit gebeuren. Ik

Sluiten