Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het strand lag spoedig ver achter ons. In de verte dook een zeil op en dadelijk ontstond er een woordenstrijd of 't slechts een visschersschuit of een groot schip uit Ostia zou zijn. Ik ontdekte 't eerst wat 't was, waarop de Keizerin opmerkte, dat er blijkbaar voor mijne oogen niets verborgen bleef. Zij begon mij daarna te plagen en noemde allerlei vrouwen van Rome op om te raden, wie van haar ik liefhad. Maar ik antwoordde kalm op eiken naam: neen, waar op zij mij met een vragenden en boozen blik aankeek.

Ik beu Petronius werkelijk dankbaar, dat hij op dat oogen blik het stuur wendde, waardoor de algemeene opmerkzaam heid van mij werd afgeleid. Want was zij begonnen hoonend of spottend oveF u te spreken, dan had ik mij misschien niet kunnen inhouden en die duivelachtige vrouw met een roeispaan het hoofd verpletterd. Maar vrees niet, dat mij hier e<?n ongeluk zal treffen. Poppea bemint mij niet, daar zij niet in staat is, wien dan ook, lief te hebben. Hare handelwijze is slechts het gevolg van haar toorn op Nero, die toch nog altijd eenigszins onder haar invloed staat en haar zelfs nog bemint. Niettemin stoort hij zich weinig aan haar en geeft zich zelfs geen moeite zijne schaamtelooze uitspattingen voor haar geheim te houden.

Ik zal u iets zeggen, dat u zal geruststellen. Petrus zeide mij bij mijn vertrek, dat ik niet voor den Keizer behoefde te vreezen, daar er geen haar van mijn hoofd gekrenkt zou worden. Ik geloof hem en eene stem in mijn binnenste zegt mij, dat elk zijner woorden in vervulling zal komen.

In Autiurn wil ik dag en nacht naar Paulus luisteren. Van den eersten dag af verwierf hij zich onder mijne lieden zulk een aanzien, dat zij nu altijd om hem heen zijn en in hem niet slechts een wonderdoener, maar zelfs een bovenaardsch wezen zien. Gisteren straalde zijn gelaat van vreugde. Op mijne vraag wat hij deed antwoordde hij: „Ik werp zaadkorrels uit." Petronius wenscht hem te zien, evenals Seneca die door Gallio van hem vernomen heeft.

De sterren verbleeken, mijne Lygia, spoedig zal Aurora cle zee rozenrood kleuren. Alles om mij heen slaapt; ik alleen ben wakker en denk aan mijne liefde. Wees gegroet, morgenrood, en gij, mijne bruid!"

Sluiten