Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der dien brand bezaten wij de Ilias van Homerus niet en deze is meer waard dan zelfs een stad als Rome."

„Dat is verstandige taal," zei Nero; „aan de kunst en de poëzie alles op te offeren is geoorloofd en goed. Wat mij betreft, ik herhaal, dat ik nooit eene brandende stad gezien heb."

De stilte, die hierop volgde, werd door Tigellinus onder broken.

„Ik heb u reeds gezegd, o, Keizer, beveel het en ik zal Autium in brand steken; of weet ge iets anders? Wilt ge de villa's en paleizen hier ontzien, geef dan bevel de schepen in de haven van Ostia aan te steken; of wil ik u in het Albanisch gebergte eene houten stad bouwen, waarin ge zelf den brand steekt?"

„Zou ik op den brand van houten huizen staren?" vroeg Nero, hem een blik vol verachting toewerpend. „Uw geest is zeer onvruchtbaar geworden, Tigellinus. Bovendien zie ik, dat gij weinig waarde aan mijn talent en mijne Trojade hecht, daar gij elk offer hiervoor te groot acht."

Tigellinus voelde zich niet op zijn gemak, doch Nero scheen aan het gesprek eene andere wending te willen geven en vervolgde:

„De zomer nadert. O, welk eene afschuwelijke lucht zal Rome nu vervullen I En toch moeten we voor de zomerspelen daarheen terugkeeren."

„Wanneer gij uw dienaren toestaat te vertrekken, o, Keizer, vergun mij dan een oogenblik bij u te blijven," sprak Tigellinus.

Een uur later verlieten Vinicius en Petronius de villa van Nero en de eerste zei:

„Ik begon werkelijk voor u te vreezen, want ik dacht niet anders, of ge zoudt uzelf in 't verderf storten. Beken maar, dat gij met den dood hebt gespeeld."

„Dat is nu m ij n e arena," antwoordde Petronius zorgeloos, „en 't gevoel, daarin de beste gladiator te zijn, schenkt mij genoegen. Zie maar, hoe de zaak geëindigd is! Hij zal mij zijne verzer; in een foudraal toezenden, dat — ik durf er wat onder verwedden — oneindig kostbaarder, doch nog veel slechter dan zijne verzen zal zijn. En ook nog om eene andere reden handelde ik zoo. Tigellinus, die getuige was van mijne overwinning, zal natuurlijk trachten mij na te apen en ik kan mij voorstellen, wat er dan gebeurt. Als hij met zijn geestigheid schittert, ziet hij er uit als een dansende beer en ik

Sluiten