Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten staat. Maar ik zal u, u allen redden. Geliefde, laat ons naar Autium gaan en van daar over de zee naar bicüie; daar zullen wij Aulus en Pomponia vinden; ik leul u hun huis binnen en hoop u daarna met hunne toestemming tot mijne vrouw te maken. Vrees niets, o, mijn liefste! Christus heeft mij nog wel niet door den doop gereinigd, maar Petrus heb ik onderweg gesmeekt mij te willen doopen, ook al ware t in deze hut. Geloof mij, geloof mij allen 1"

Met van vreugde stralende oogen vernam Lygia deze woorden De Christenen leefden steeds in angst en onzekerheid; het vertrek naar Sicilië zou aan alle gevaar een einde maken ai?, eeu nieuw, gelukkig leven zou daar voor hen opbloeien. Vinicius wendde zich nu tot Petrus:

„Op bevel van Nero is Rome in brand gestoken. In Autium beklaagde hij er zich reeds over, nog nooit een echten brand te hebben gezien; nu hij zelfs voor zulk een misdaad met terugdeinst, hebben wij alles van hem te wachten. Trachten wij daarom Lygia in veiligheid te brengen en wat u zelf en de anderen betreft, verbergt u, tot de storm voorbij is, om daarna terug te keeren en uwe zaadkorrels verder uit te strooien

Als antwoord op zijne bange voorspelling drong het genui der razende menigte uit de stad tot hen door. Dadelijk daarop trad de steenhouwer binnen, sloot haastig de deur

en riep hun toe: , , „ „

..Slaven en gladiatoren hebben de burgers aangevallen. bij het circus van Nero wordt een vreeselijk bloedbad aangericht. „Hoort gij *t?" vroeg Vinicius.

De maat is vol," antwoordde de apostel. „Neem het meisje, dat God voor u bestemd heefteen tracht haar te redden. Laten

Linus en Ursus u vergezellen." ,

Vinicius, die den apostel met al de onstuimigheid der jeugd

aanhing, verklaarde: . , . „

Ik zweer u, o Petrus, dat ik u hier niet alleen zal achter-

1 De Heer zegene u voor uw goeden wil," antwoordde deze, „maar weet ge niet, dat de Meester driemaal tot mij sprak:

.Weid Mijne schapen.'"

Vinicius bleef het antwoord schuldig. ..

Gij moogt van mij dus niet verwachten, dat ik m-jne kudde in de dagen der verdrukking zal verlaten," vervolgde de apostel. „Toen de storm op het meer woedde en wij beangst waren, lieett Hij ons ook niet aan ons lot overgelaten. Zou ik dan Zijn voorbeeld niet volgen?"

Sluiten