Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

viel nu eens in angst, da:n in toorn, doch meestal eindigde hij met zijn lot te beklagen.

Eene lange, doch vruchtelooze beraadslaging werd er gehouden. Petronius oordeelde het 't beste, dat de Keizer zich, de zorgen achter zich latend, naar Griekenland en van daar naar Egypte en Klein-Azië zou begeven. De plannen voor die reis waren zoolang reeds gemaakt; waarom zou men niet vertrekken, nu Rome slechts droefheid en gevaar bood ?

Nero nam met vreugde den raad van Petronius aan; Tigelinus alleen verzette zich er tegen. Hij zelf kon geen uitweg vinden en wanneer het denkbeeld van den arbiter in zijn hoofd was opgekomen, zou hij 't voor het eenige redmiddel verklaard hebben. Maar Petronius mocht niet ten tweeden male de man zijn, van wien in een moeilijk oogenblik de redding uitging.

„Hoor mij aan. godheid," zei hij. „Deze raad zou u onheil brengen. Voordat gij Ostia bereikt hadt, zou een burgerkrijg zijn uitgebroken. Wie weet of niet een afstammeling van den goddelijken Augustus zich tot keizer zou opwerpen, en wat zouden wij kunnen doen als de legioenen zich aan diens zijde schaarden ?"

„Wij zullen zorgen," sprak Nero, „dat er geen nakomeling van Augustus meer voorhanden is. Gelulckig zijn er niet veel, zoodat we ons gemakkelijk van hen kunnen ontslaan."

„Zeker, maar zullen zij alleen in aanmerking komen? Gisteren hoorde een mijner lieden zeggen, dat een man als Thrasea keizer zou worden."

Nero beet zich op de lippen.

„Die ondankbaren," zei hij, „zij hebben eten en drinken in overvloed. Wat willen zij nog meer?"

„Wraak!" antwoordde Tigellinus.

Een diepe stilte volgde op deze woorden.

Nero stond plotseling op, strekte zijn arm uit en declameerde:

„De harten verlangen naar wraak en wraak vordert een offer 1" En al het overige vergetend ging hij met eene stralende uitdrukking op 't gelaat voort:

„Laat mij dadelijk dit vers opschrijven. Lucanus zal nooit iets dergelijks vinden. Hebt gij opgemerkt hoe mij dit dadelijk van de lippen vloeide?"

„O, gij zijt onvergelijkelijk!" riepen verscheidene stemmen.

Nero schreef het vers op en herhaalde:

„Ja, wraak vordert een offer."

Zijn blik vloog over de aanwezigen heen. „Als wij het be-

Sluiten