Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,Goed. Maar eerst zal ik een bad nemen. Ga met mij mee om mijne armen te zalven. Bij alle goden, nooit zag ik u zoo schoon als nu. Ik zal u een bad in den vorm eener schelp laten maken, gij zuk daarin eene kostbare parel schijnen. Kom, mijne goudgelokte!"

Zij verlieten het Atrium en een uur later zaten zij, mei rozen bekranst en stralende oogen, aan een rijk voorzienen disch. Knapen als cupido's gekleed, bedienden hen; zij dronken uit bekers met klimop omwonden en luisterden naar het zingen der hymne, door harpspel begeleid. Wat bekommerden zij er zich nog om, dat bijna geheel Rome verwoest was? Zij waren gelukkig en genoten van hun geluk en hun samenzijn.

Een oogenblik later, nog voordat het gezang was geeindigd, trad er een slaaf binnen.

„Heer," zei deze met eene van angst bevende stem, „voor de poort staat een centurio met een afdeeling pretorianen; hij brengt u een bevel van den Keizer."

Het gezang en het spel der luiten verstomden. Alle aanwezigen waren angstig, want de Keizer zond nooit een centurio tot een vriend en zijn verschijnen op dit uur voorspelde niet veel goeds. Petronius alleen toonde niet de minste ontroering en zei slechts:

„Waarom kan men mij niet in vrede mijn maaltijd laten gebruiken?" Daarop wendde hij zich tot den slaaf:

„Laat hem binnenkomen I"

Deze verdween achter den voorhang en kort daarop weerklonken er zware schreden, en een kennis van Pretonius, de centurio Aper, vertoonde zich in volle wapenrusting.

„Edele heer," zei hij „hier is een brief van den Keizer."

Petronius stak onverschillig zijne blanke hand er naar uit, sloeg een blik op den inhoud en reikte daarna den brief kalm aan Euniche over.

„Nero wil vanavond een nieuw boek over de Trojade lezen en noodigt mij uit ten paleize te komen."

„Ik heb slechts bevel, den brief af te geven," klonk hel uit den mond van den centurio.

„Dat is ook voldoende, antwoord is er niet op noodig. Maar, centurio, ik verzoek u een oogenblik hier te blijven en een beker wijn met ons te ledigen."

„Ik dank u, edele heer! Een beker wijn wil ik gaarne op uwe gezondheid ledigen, maar blijven kan ik niet, want ik ben in dienst."

„Is de vervolging tegen de Christenen al begonnen?"

Sluiten