Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Keizer te voet vallen en zijne knieën omvatten zou ook niet helpen. Vinicius was er toe bereid, maar Petronius, die zijn voornemen raadde, sprak: „Maar als hij neen zegt of met eene schaamtelooze bedreiging antwoordt?" Bij deze gedachte kromp Vinicius ineen; zijn gelaat was verwrongen van woede en smart.

„Daarom raad ik u dit af, ge zoudt u dan eiken weg tot redding afsnijden," vervolgde Petronius.

„De leer van Christus gebiedt zichzelf te verloochenen," antwoordde Vinicius, uiterlijk kalm.

„Maar dat zoudt ge vergeten, evenals zooeven. Ge heÏÏt 't recht uzelf te dooden, maar niet haar."

Terwijl Petronius zoo sprak was hij niet geheel oprecht, want Vinicius lag hem nader aan 't hart dan Lygia en hij wilde hem tot eiken prijs in het leven behouden.

De smart van Vinicius was bijna te zwaar om te dragen. Sedert het oogenblik, waarop de gevangenisdeuren zich achter Lygia gesloten hadden en zij omgeven was door de gloriekroon van het martelaarschap, beminde hij haar nog inniger dan te voren en droeg haar in zijn hart eene bijna goddelijke vereering toe. En nu dit geliefde wezen te moeten verliezen, te denken, dat niet slechts de dood, maar de vreeselijkste martelingen haar wachtten! Zijne ziel leed onbeschrijfelijke pijnen, zijne gedachten werden verward. Ilij wist niet meer wat er gebeurde, begreep niet, waarom Christus, de barmhartige, de goddelijke, Zijn getrouwen niet ter hulpe kwam; waarom de muren van het Palatium niet tot puin ineenstortten. Soms was 't hem of alles slechts een booze droom was, waaruit hij spoedig zou ontwaken. Het brullen der wilde dieren verkondigde hem echter het tegendeel en het geklop van de hamers bij het bouwen van de arena, het gehuil van het gepeupel en de overvolle kerkers herinnerden hem maar aJ le zeer aan de droeve werkelijkheid.

Zijn geloof aan Christus begon te wankelen en dat maakte hem treuriger dan al 't andere te zamen.

Sluiten