Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wilde aangrijpen, zag hij het bezielde gelaat van den eerbiedwaardigen grijsaard voor zich en sprak tot zichzelf: „Neen, Christus zal het gebed van den herder Zijner kudde niet onverhoord laten. Ik wil blijven hopen."

Bij de gevangenis gekomen wachtte hem nieuwe smart. Gewoonlijk mocht hij dadelijk binnengaan, maar nu trad er een centurio op hem toe met de woorden:

„Vergeef mij, edele heer! Wij hebben heden bevel niemand binnen te laten."

„Bevel?" herhaalde Yinicius verbleekend. De soldaat keek hem medelijdend aan en antwoordde:

„Ja, heer, bevel van den Keizer. Er zijn vele zieken in de gevangenis; daarom is het niemand geoorloofd binnen te gaan, uit vrees, dat de ziekte zich in de stad zal verspreiden."

„Geldt het bevel alleen voor vandaag ?"

„De wacht wordt vanmiddag afgelost."

De centurio trad dichter op Vinicius toe en zei op gedempten toon: „Wees gerust, heer, de bewaker en Ursus beschermen Lygia." Zoo sprekend teekende hij met zijn zwaard een visch in het zand.

Vinicius keek hem uitvorschend aan.

„Gij zijt een pretoriaan?"

„Tot ik daar zal wonen," antwoordde hij op de gevangenis wijzend.

„Ook ik aanbid den Christus," hernam Vinicius.

„Zijn naam zij geprezen! Ik mag u helaas! niet binnenlaten, maar schrijf een brief, dan zal ik dien aan den bewaker geven."

„Heb dank, broeder."

Den centurio de hand drukkend, verwijderde Vinicius zich. De morgenzon bescheen de kerkermuren en hare stralen brachten nieuwe hoop in zijn hart. Die bekeerde pretoriaan was hem een nieuw bewijs van de almacht van Christus. Hij sloeg de oogen ten hemel en zei:

„Ik zag haar heden niet, o, Heer, maar vertrouw op U." . Bij zijne thuiskomst vond hij Petronius, die, als gewoonlijk, van den nacht een dag had gemaakt en pas was teruggekeerd. Hij had juist gebaad en zich laten zalven om te gaan slapen.

„Ik heb nieuws voor u," riep hij zijn neef toe. „Heden bezocht ik Tullius Senecio. bij wien ook de Keizer was. Ik weet niet waarom Poppea don kleinen Rufius meenam, een zoon uit haar vroeger huwelijk, misschien om Nero's hart door zijne schoonheid ie veroveren. Ongelukkigerwijs was het kind moe en sliep in, terwijl Nero voorlas, juist zooals 't eens

Quu Vadl»? y

Sluiten