Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Houd haar dan eerst een tijdlang in de nabijheid van Rome verborgen. De frissche lucht alleen zal haar al beter maken, als zij maar eenmaal uit de gevangenis is," antwoordde Petronius.

„Ik zou gerust zijn, als Ursus haar kon begeleiden," vervolgde Vinicius.

„Heer, hernam Nazarius, „Ursus is iemand van bovenmen schel ij ke kracht. In den muur van de gevangenis is een venster, dat boven een afgrond, begrensd door hooge rotsen, uitkomt en niet bewaakt wordt. Ik zal hem een touw geven; verder zal hij zichzelf wel helpen."

„Bij Hercules, riep Petronius uit, „laat Ursus ontvluchten w anneer hij wil, maar niet met Lygia; in elk geval niet twee of drie dagen later, want dan zou men hem volgen en ook hare schuilplaats ontdekken. Bij Hercules! Wilt gij haar opnieuw in het ongeluk storten? Ik verbied u hem'de schuilplaats van Lygia te noemen of ik trek mij van hare vlucht niets meer aan."

Beiden moesten de waarheid van zijne woorden erkennen en zwegen. Nazarius ging heen met de belofte, bij het aanbreken van den dag terug te keeren. Hij was van plan den nacht bij de wacht door te brengen, maar wilde eerst zijne moeder opzoeken, die in dezen vreeselijken tijd in voortdurende zorg over hem leefde. Na een kort overleg besloot hij zijne helpers niet in de stad te zoeken, maar eenige lijkdragers, die met hem werkten, om te koopen.

Voor zijn vertrek fluisterde hij Vinicius toe: „Ik zal uw plan aan niemand, zelfs niet aan mijne moeder, meedeelen; alleen den apostel Petrus, die beloofde uit het amphitheater naar ons huis te komen, zal ik alles zeggen."

„Hier kunt ge gerust spreken," antwoordde Vinicius. „De apostel was in het circus met de lieden van Petronius. Maar wacht even, ik ga met u mee." Hij liet zich een slavenmantel brengen, waarna zij zich samen verwijderden.

Petronius zuchtte diep. „Stierf Lygia maar aan de koorts," dacht hij, „dat zou voor Vinicius minder vreeselijk zijn."

In gedachten verdiept begaf hij zich naar het Triklinium, om met Euniche den avondmaaltijd te gebruiken. Gedurende hun maal las een lector hun eene liefdesgeschiedenis voor en zij luisterden, dicht tegen elkaar geleund, aandachtig toe. Daarna maakten zij zich klaar om ter ruste te gaan.

Intusschen was Vinicius teruggekeerd. Petronius ging dadelijk naar hem toe en vroeg:

Sluiten