Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„dat gij waardig gekeurd wordt denzelfden dood te sterven, dien Hij stierf. Misschien wordt u daardoor een deel uwer zonden vergeven. Doch siddert, want de gerechtigheid moet haar loop hebben! De rechtvaardige en de booze kunnen niet hetzelfde loon ontvangen."

Hamerslagen begeleidden zijn woorden; steeds verhieven zich meer kruisen uit het zand. Crispus wendde zich tot de naast hunne kruisen staande Christenen en ging voort: „Ik zie den geopenden hemel, maar ook den gapenden afgrond. Ik sidder voor alles, waarvan ik rekenschap zal moeten afleggen en toch ben ik blijven gelooven en heb het booze gehaat. Niet voor den dood, maar voor de opstanding ben ik bevreesd; ik vrees de martelingen niet, maar wel het gericht, want de dag des oordeels is nabij."

Op dit oogenblik weerklonk, plechtig en ernstig, van de naastbijzijnde zitplaatsen eene stem:

„Niet de dag van toorn, maar die van barmhartigheid, de dag van verlossing en zaligheid zal aanbreken; want ik zeg u, Christus zal u opnemen, u troosten en u doen nederzitten ter rechterzijde. Vertrouwt daarop, de hemel opent zich voor u."

Aller oogen wendden zich naar de zitplaatsen; zelfs zij, die reeds aan het kruis waren genageld, keerden hun van pijn verwrongen gelaat naar den man, die deze woorden sprak. Hij kwam zoo dicht mogelijk bij hen en zegende hen met het teeken des kruises; Crispus herkende hem en riep uit: „Paulus, de apostel!"

Ten hoogste verbaasd zagen de circusknechten, dat de Christenen, die nog niet vastgenageld waren, op de knieën vielen. Paulus wendde zich daarop tot Crispus: „Dreig hen niet, Crispus, want heden nog zullen zij in het paradijs zijn. Gij denkt, dat zij verdoemd zullen worden? Maar wie zal hen verdoemen? God, die hun Zijn Zoon gaf? Zal Christus, die te hunner verlossing den marteldood stierf, hen verdoemen, nadat zij, Zijn naam ter eer, den marteldood gestorven zijn? Hoe kan de God der liefde dat doen? Wie zal van dit bloed zeggen, dat 'tvervloekt is?"

„Ik heb het booze gehaat," antwoordde Crispus.

„Het gebod van Christus, de menschen lief te hebben, staat hooger dan het gebod, het booze te haten; want Zijne leer is geen haat, maar liefde", hernam de apostel.

„Ik heb gezondigd in mijn stervensuur!" antwoordde de grijze Crispus, zich op de borst slaande.

„Blijf vertrouwen", sprak Paulus bemoedigend, „want heden

Sluiten