Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij nog leefde en genezen zou. Deze gedachte deed hem zóó ontroeren, dat zijne beenen bijna weigerden hom te dragen en hij op Ursus' arm moest steunen. De Lygiër keek tot den sterrenhemel op en bad.

Zij vorderden snel door de ledige straten, welker nieuwgebouwde huizen van witten steen helder blonken in het zilveren maanlicht. De stad was bijna geheel verlaten, slecht? hier en daar zag men groepjes menschen, met klimop omkranst, die voor de huisdeuren bij de tonen der fluiten zongen en dansten.

Eerst toen zij de woning naderden hield Ursus met bidden op en zei op zachten toon, alsof hij Lygia vreesde te wekken: ..Heer. 't was de Verlosser, die haar van den dood gered heeft. Toen ik haar op de horens van den os zag liggen, hoorde ik in mij eene stem, die tot mij sprak: .Verdedig haar!' Het was de stem van het ,Lam'. De gevangenis had mij de krachten ontnomen, maar het .Lam' gaf ze mij op het juiste oogenblik terug en dwong dit wreede volk zich aan Lygia's zijde te scharen. 'tWas de wil van God!"

„Geprezen zij Zijn naam!" antwoordde Vinicius.

Hij hield plotseling op. daar hij zijne tranen niet meer weerhouden kon. Een onweerstaanbaar verlangen kwam in hem op, om zich ter aarde te werpen en den Verlosser voor het wonder Zijner barmhartigheid te danken.

Zoo kwamen zij thuis; de bedienden, die door een vooruitgezonden slaaf reeds gewaarschuwd waren, hadden zich voor het huis verzameld om hen te ontvangen. Het grootste deel dezer lieden was door Paulus van Tarsus tot het Christendom bekeerd. Zij allen hadden het lijden van Vinicius gezien; hunne vreugde was daarom groot, toen zij Lygia en Ursus aan Nero's wreedheid ontrukt zagen, en deze vermeerderde nog, toen de arts Theokles verklaarde, dat Lygia geen letsel bekomen had en weer herstellen zou. zoodra de door het ver blijf in de gevangenis veroorzaakte zwakte geweken zou zijn.

's Nachts kwam Lygia tot bewustzijn. Daar zij ontwaakte in een prachtig ingericht vertrek, verlicht door Korinthische lampen, met Nardus- en Vcrbenageuren vervuld, wist zij niet waar zij was of wat er met haar gebeurd was. Zij herinnerde zich het oogenblik. waarop zij tusschen de horens van den geketenden os vastgemaakt werd en nu zij de door bet licht van do gekleurde lampen zacht bestraalde gelaatstrekken van Vinicius zag, die zich over haar heengobogon had. meende zij niet meer op de aarde te zijn. Zij kon onmogelijk geregeld den

Qno Vadis? - -

Sluiten