Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien hij hen gaf. Zij zouden hem echter nog eenmaal weerzien.

Na eenige dagen kwam Petronius met vreeselijke berichten van het Palatium. 'tWas bekend geworden, dat een van Nero's vrijgelatenen een Christen was; men had brieven van de apostelen Petrus en Paulus, Jakobus, Johannes en Judas bij hem gevonden. Tigellinus had reeds vroeger van het verblijf van Petrus in Rome gehoord, maar hij meende, dat deze reeds lang met de andere slachtoffers den dood gevonden had. Nu kwam er aan 't licht, dat de beide hoofden van het nieuwe geloof nog leefden en in de hoofdstad waren. Daarom besloot men hen gevangen te nemen, vast vertrouwend, daarmee de gehate sekte geheel uit te roeien.

Petronius had van Vestinius gehoord, dat de Keizer bevel had gegeven Petrus en Paulus binnen drie dagen in de Mamertijnsche gevangenis te werpen; geheele afdeelingen pretorianen werden uitgezonden om alle huizen aan de overzijde van den Tiber te doorzoeken.

Vinicius besloot den apostel dadelijk van 't hem dreigende gevaar te verwittigen. Des avonds deden hij en Ursus slavenmantels om en begaven zich naar Miriams' huis, waar Petrus woonde. Onderweg zagen zij soldaten, die bezig waren de huizen te doorzoeken. De geheele stadswijk aan de overzijde van den Tiber was in onrust; op verscheidene plaatsen hadden zich nieuwsgierigen verzameld. De soldaten vroegen hier en daar of iemand wist, waar Simon Petrus en Paulus van Tarsus zich bevonden.

Ursus en Vinicius zorgden de slaven vóór te zijn en kwa men ongedeerd in Miriams' huis, waar Petrus zich te midden van eenige geloovigen bevond. Ook Timotheus en Linus waren daar aanwezig.

Nadat Vinicius hun het doel zijner komst had medegedeeld, n.1. om den apostel te waarschuwen, verlieten allen, voorgegaan door Nazarius, Miriams' huis en begaven zich naar eene verlaten steengroeve, even buiten de stad. Ursus droeg Linus, wiens beeneri door de martelingen gebroken en nog niet genezen waren, in zijne armen; in de steengroeve gevoelden zij zich veilig. Bij 't licht van een fakkel beraadslaagden zij met elkaar, op welke wijze 't hun zoo dierbare leven van den apostel gered zou kunnen worden.

„Heer," zei Vinicius, „laat u bij 't aanbreken van den dag door Nazarius naar de Albanische bergen voeren: daar zal ik u dan vinden. Wij nemen u dan mee naar Autium, waar

Sluiten